“Wil je goed voor mensen zorgen, dan moet je de economie goed op orde hebben. Maar andersom, als je goed voor mensen zorgt, dan zal dat de economie helpen.”

STIRNER, STEINER EN STADSLANDBOUW

Interview met Bas de Groot
Door Rutger Henneman

Bas de Groot (1977) is agrarisch ondernemer en pionier in de stadslandbouw. Hij is medeoprichter van Eetbaar Rotterdam en oprichter van het eerste Nederlandse stadslandbouwbedrijf ‘Uit je Eigen Stad’ in Rotterdam. Momenteel is hij melksommelier, eigenaar van het bedrijf Walden21 en partner in ‘Voord&Wij’ waarmee hij zich inzet om de kloof tussen boer en consument te dichten. www.voordenwij.nl


Inleiding

Hoe ben je met stadslandbouw begonnen?

Ik kom oorspronkelijk uit de zorg. Ik heb als arbeidsbegeleider gewerkt in verzorgingstehuizen, instituten voor mensen met een verstandelijke handicap en psychiatrische instellingen. Later ben ik op zorgboerderijen gaan werken. In 2005 ben ik de opleiding Landbouw en Zorg gaan volgen op de Warmonderhof, het opleidingsinstituut voor biologische en biologisch-dynamische landbouw in Dronten. Ik heb daar mijn passie ontwikkeld voor het ondernemerschap, maar ook mijn interesse voor Rudolf Steiner en de antroposofie.

 Op de Warmonderhof eindig je de opleiding altijd met een ondernemingsplan. Ik had een bedrijfsplan geschreven voor een agrarisch zorg- en welzijnsbedrijf in de stad, achter mijn huis. Gaandeweg werd ik daar ook echt enthousiast voor. Maar ik ben er uiteindelijk mee gestopt omdat ik door kreeg dat de financiering voor het zorgaspect ervan niet goed zou gaan lopen. Maar doordat ik met die zorgboerderij in de stad bezig was, kwam ik in 2007 in beeld bij Het Portaal, een communicatiebureau dat toen werkte voor het innovatienetwerk van het ministerie van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Zij organiseerden een avond over kansen voor stadslandbouw in Rotterdam. Dat was een hele interessante maar onvruchtbare avond. Gechargeerd gezegd, zaten er twee groepen die niet tot elkaar kwamen. De idealisten met hun hoofd in de wolken en de mannen in grijze pakken die alleen in beton en geld dachten. Ik weet nog dat er gezegd werd: ‘Rotterdam vergroenen? Meer groen asfalt misschien.’ Maar na die bijeenkomst zijn er zes mensen bij elkaar gebracht die idealistisch waren, maar ook realistisch. En daar is Eetbaar Rotterdam uit ontstaan.

We zijn eerst een jaar gaan praten, brainstormen en zoeken naar inspirerende initiatieven. Na een jaar hebben we de expertisegroep stadslandbouw Rotterdam naar buiten toe gelanceerd. Ons doel was het professionaliseren van stadslandbouw en stadslandbouw op de kaart zetten in Rotterdam. Omdat er steeds meer interesse ontstond in mijn expertise ben ik mij als ondernemer gaan inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Door dat jaar van praten en verkennen, ontstonden er belangrijke randvoorwaarden om ook echt iets te gaan doen. Maar het werd niet gedaan. Vooral dat grote stadslandbouwbedrijf, waar alles in samen komt. Niemand ging dat doen. Dus ik dacht, dan moet ik dat gaan doen.

Eerst had ik het idee om een soort eetbare hovenier te worden om eetbare tuinen aan te leggen. Maar toen haalden we met Eetbaar Rotterdam Will Allen naar Nederland voor het STROOM symposium. Will was de ‘Urban Farming star’ in de VS en was een landbouwbedrijf midden in Milwaukee gestart. Toen we Will Rotterdam lieten zien brachten we hem ook naar de Marconistrip. We hadden wel het idee dat daar de ruimte was voor een bedrijf, ondanks dat de grond er niet goed was. Maar hij zei ‘Just do it’. Dat sloot helemaal aan bij hoe ik er toen over dacht. Laten we het gewoon gaan doen.

Daar ben ik toen begonnen met het ontwikkelen van een stadslandbouwbedrijf. Eerst met Antoine Miltenburg, later in samenwerking met Johan Bosman en Huibert de Leede, met als resutaat het plan UIT JE EIGEN STAD. Uit je Eigen Stad heb ik 3 jaar gedaan. In januari 2014 ben ik er uitgestapt. Na een jaar sabbatical met hier en daar wat kleinere klussen ben ik in januari samen met Mariska Verhulst het creatief projectburo Voord&Wij gestart.

 

Gezonde Mens en Mensheid

Wat wilde je met Uit je Eigen Stad bereiken?

Ik vond dat er een echt stadslandbouwbedrijf in Rotterdam moest ontstaan. Er zijn veel redenen waarom dat goed is. De belangrijkste reden is dat landbouw noodzakelijk is voor de gezondheid van mensen en de gezondheid van de mensheid. Iedereen moet ergens in zijn leven met landbouw, de landbouwprincipes en –routine in aanraking komen om zich gezond te ontwikkelen. Maar de burger staat te ver af van het land. Door landbouw de stad in te halen kan die afstand tussen de agrarische sector en de burger kleiner worden.

Landbouw is de enige manier waarop wij natuurprincipes ‘verculturaliseren’. Landbouw is de enige manier waarop wij ons in ons handelen echt kunnen verbinden met natuurlijke processen, zoals de continue beweging van opkomen en weer sterven. Dat hebben wij nodig. Komen wij daar niet mee in aanraking, dan is dat ongezond. Als mensen geen binding hebben met wat natuur is, wat de kracht is van de natuur en ook de kwetsbaarheid van de natuur, de schoonheid maar ook de rauwheid en hardheid, dan krijgen we geen reëel beeld van wat leven is.

 

Steiner en de Ontwikkeling van de Mensheid

Wie zijn jou inspiratiebronnen?

Max Stirner en Rudolf Steiner zijn mijn belangrijkste inspiratiebronnen. Stirner is al veel langer een inspiratiebron voor mij dan Rudolf Steiner. Steiner kwam pas in beeld toen ik naar de Warmonderhof ging. Je kunt het als volgt zien. Als je vraagt hoe je stadslandbouw zou moeten inrichten, dan kijk ik voornamelijk naar Stirner. Maar als je vraagt waarom ik überhaupt met stadslandbouw bezig ben geweest, dan is Rudolf Steiner interessanter. Ik noemde bijvoorbeeld al dat ik vind dat landbouw belangrijk is voor de gezondheid van personen, maar ook de gezondheid van de mensheid. Dat is Steiner. Laten we daarom met hem beginnen.

In de antroposofie (een spirituele filosofie gebaseerd op de leer van Rudolf Steiner) zijn een aantal zaken die me helemaal niet aantrekken. Maar wat ik wel een mooi beeld vind, is dat we als personen en ook als mensheid een doel hebben. Ik weet niet of ik in reïncarnatie moet geloven, maar ik vindt het wel een mooi beeld. Elke keer dat je als mens geboren wordt heb je opnieuw een doel. Je reïncarneert met nieuwe levensvragen. Ik ervaar heel duidelijk een rode draad in mijn leven. Bij mij is dat autoriteit: het omgaan met leiding. Dat is de belangrijkste levensvraag voor mij. Maar iedereen heeft zo zijn eigen rode draad die weer totaal anders kan zijn.

Ook als mensheid en generatie hebben wij specifieke vragen. De vraag in onze huidige tijd is hoe we ons opnieuw gaan verhouden tot de wereld, tot de aarde en tot elkaar. Je ziet dat mensen zich in de afgelopen honderd jaar van landbouw hebben afgekeerd, en dat wij nu weer opnieuw belangstelling ontwikkelen voor voeding. Nu we ons zo ver van landbouw hebben afgekeerd, zit er dus in de mensheid een behoefte om weer terug te keren. Stadslandbouw kan daarin een rol spelen. Het verbindt mensen weer met de natuurlijke processen van het leven.

 

Stirner, Economie en Eigenwaarde

Maar als je vraagt hoe je stadslandbouw moet inrichten, dan kijk ik vooral naar Stirner. Ik kom uit een socialistisch nest. Zo hadden mijn ouders bijvoorbeeld dienstweigeraars in huis. Maar ik ging me meer en meer verdiepen in het anarchisme. Ik heb een tijd gekraakt. Maar ik zag als snel een tegenstrijdigheid in de kraakbeweging die demonstreerde voor huursubsidie en een goede woonwet en dergelijke. Het sterke van het anarchisme vond ik juist de overtuiging dat je onafhankelijk van de staat het gewoon zelf gaat doen. Hoe kan je dan gaan demonstreren voor huursubsidie? Als je het zelf wil doen, dan moet je ook geen subsidie willen van de staat en ook geen uitkering.

In Nederland is er vooral veel oog voor het socialistische anarchisme. Maar ik raakte in die tijd vooral geïnspireerd door de ideeën van Max Stirner. Hij heeft het boek Der Einzige und Sein Eigentum geschreven. De kern daarvan is dat wij allemaal egoïsten zijn. En vanuit ons egoïsme gaan wij een verbond aan met andere egoïsten. Dat mensen goed doen voor anderen, komt ook voort uit een egoïstische behoefte. Dus mensen die veel vrijwilligerswerk doen en denken dat ze goed doen voor die ander, werken eigenlijk uit een egoïstische behoefte om goed te doen. Hij doet dus vooral goed voor zichzelf. Maar dat is dan ook precies de bedoeling. Als we allemaal waarlijk egoïst zijn en goed voor onszelf zorgen, dan zijn we allemaal vrij.

In het libertaire gedachtegoed gaat dat soms wel eens over in het idee dat je ook vrij bent om een ander uit te buiten. Maar daar ben ik het niet mee eens. Vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid. Zonder verantwoordelijkheid is er geen vrijheid. Ik ben verantwoordelijk voor mezelf en ook voor mijn omgeving. ‘Wat u niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Ik vind dat ik ook voor een ander moet zorgen als hij dat nodig heeft. Maar daar zit wel duidelijk weer een grens aan. Als je iemand te veel helpt kan het ook zijn dat je ervoor zorgt dat hij zichzelf niet meer gaat helpen. Dat ben ik veel tegengekomen in de zorg. Uitkeringen kunnen mensen ook beperken in hun ontwikkeling.

Stirner heeft niet zoveel met stadslandbouw te maken. Maar omdat hij een persoonlijke inspiratiebron is, zie je wel veel van hem terugkomen in hoe ik met stadslandbouw omga. Dat ik me bijvoorbeeld sterk aangetrokken voel tot het ondernemerschap komt door een anti-staat gevoel: het voor jezelf willen zorgen uit eigenwaarde. Maar ook voordat ik ondernemer werd was dit een belangrijk thema in mijn werk. Bij alle zorginstellingen waar ik heb gewerkt probeerde ik economie te introduceren in de organisatie.

Als arbeidsbegeleider in de zorg ging het er bij mij altijd over dat er een product uit moest komen. En dat product moest dan altijd een kwaliteit hebben. En die kwaliteit daar moest de buitenwereld interesse in hebben. Het moest niet gaan over de persoon die het heeft gemaakt. Mensen moeten niet dat product kopen omdat jij een dikke tong hebt, het syndroom van down hebt, lief en knuffelig bent. Ze moeten het product kopen omdat het echt een goed product is en omdat er een vraag naar is. En als dat er niet is, dan heb je geen goed product. Dan gaan mensen het doen omdat je zielig bent. Dan ben je niet bezig met het creëren van waarde en dus ook niet met eigenwaarde. Eigenwaarde is voor mij het allerbelangrijkste. En daar hoort economische waarde automatisch bij.

In de stadslandbouw moeten we streven naar een economisch ondernemerschap dat zoveel mogelijk onafhankelijk is van de overheid. De samenleving zit zo in elkaar dat we niet zonder de overheid kunnen. Dat is een gegeven en daar heb ik vrede mee. Maar ik vind wel dat wij zo onafhankelijk mogelijk van die overheid moeten opereren. We moeten voor onszelf zorgen. Alles wat je start moet op eigen kracht gebeuren, of op de kracht van een grote groep mensen. Nu is het de realiteit dat veel stadslandbouwinitiatieven niet helemaal zonder subsidie kunnen. Op zich is een opstartsubsidie een middel vanuit de samenleving om ontwikkelingen te sturen. Hier gebruik van maken is dus op zich ook niet verkeerd. Maar het moeten niet de gelden zijn waar je op lange termijn op drijft en die je initiatief dragen. Dat je als stadslandbouwbedrijf van de ene naar de andere subsidie hopt als onderdeel van je basisexploitatie, vind ik een ongezonde situatie.

 

Sociale Driegeleding

Ook het werk van Rudolf Steiner is interessant om je te beseffen hoe belangrijk het is om economie te introduceren in zorgboerderijen, maar ook in de stadslandbouw. Steiner heeft het over de sociale driegeleding: het geestesleven (cultuur), het rechtsleven en het economisch leven. Voor Steiner was dat een vertaling van de grote idealen van de Franse Revolutie. In het rechtsleven is het belangrijk dat je gelijkwaardig bent, maar niet vrij. Je moet afspraken maken waar ieder zich aan houdt. Vrijheid geldt voor het culturele leven. Daar moet je niet streven naar gelijkheid. Dat is niet goed voor culturele ontwikkeling. En broederschap geldt voor het economische leven. Je moet er voor zorgen dat de ander niet in de goot belandt, waardoor hij niet meer voor zichzelf kan zorgen.

Steiner had een holistische visie. Hij liet zien dat het culturele leven, het rechtsleven en het economische leven misschien anders in elkaar zitten, maar wel sterk met elkaar samenhangen. Ik heb dat ook veel proberen toe te passen, eerst in de zorgboerderijen waar ik heb gewerkt, maar ook in Uit je Eigen Stad. In de zorglandbouw is het sociaal-culturele doel het belangrijkste. Maar juist daarom vond ik dat de economie van die instellingen goed in orde moest zijn. Zoals ik al zei is er zonder economische waarde geen eigenwaarde. Wil je goed voor mensen zorgen, dan moet je de economie goed op orde hebben. Maar andersom, als je goed voor mensen zorgt, dan zal dat de economie helpen. Zelfs bedrijven, zoals Uit je Eigen Stad waar het economische doel voorop staat, zullen nog meer groeien als ze zich ook op sociaal-cultureel vlak ontwikkelen. Je zult dan zien dat je winst zal gaan stijgen.

 

Het Potentieel van de Stadslandbouwbeweging in Rotterdam

Als je vanuit Steiner en Stirner kijkt naar de stadslandbouwbeweging in Rotterdam, zijn we in Rotterdam dan goed op weg?

In Rotterdam zijn er veel initiatieven die niet aan stadslandbouw doen, maar wel werken aan een stadslandbouwcultuur. Stadslandbouw zie ik als economie. Is er geen economie dan is er geen stadslandbouw. Een buurtmoestuin bijvoorbeeld zie ik niet als stadslandbouw, maar wel als stadslandbouwcultuur. Het is mooi dat die initiatieven er zijn, maar het is geen stadslandbouw zoals we dat ooit met Eetbaar Rotterdam gewenst hebben.

Ik vind dat het in de stadslandbouwbeweging veel te veel gaat over gezelligheid en ontmoeting. Ik pleit ervoor dat gezelligheid er ook bij hoort, maar dat er ook geproduceerd moet worden. Je moet zoveel mogelijk opbrengst genereren. Produceren! Dat is een morele plicht. Je krijgt een stuk grond. Daar moet je heel erg goed voor zorgen. Dat moet je beter achter laten dan hoe je hem kreeg. En je hebt de plicht er zoveel mogelijk van af te halen binnen de mogelijkheden van die grond. Als je zegt dat we de wereld moeten voeden en we hebben een te kort aan productiegrond, dan hebben we de plicht om die productiegrond zo goed mogelijk te verzorgen, maar er ook zo veel mogelijk voedsel te produceren. Het kan niet zo zijn dat je sla verbouwt en dat een heel veld met sla doorgeschoten is. Eén of twee doorgeschoten slaplanten kan, maar niet een heel veldje. Dan heb je iets verkeerd gedaan.

 

Als een buurtmoestuin los kan staan van subsidies en groenten verbouwt voor zelfvoorziening en niet voor de verkoop, zie je dat als stadslandbouw?

Ik vindt dat meer naar cultuur neigen. Ik zou het wel economie willen noemen op het moment dat men bezig is met productie. Je hebt dan iemand nodig die berekeningen gaat maken: als we hier met tien man werken, dan moet 70% van onze groenten uit eigen tuin komen. In andere woorden, je moet bezig zijn met optimaliseren. En dat gaat over economie. Ondanks dat je dan geen geld verdient, gaat het wel over geld besparen op andere dingen. Uiteindelijk moet het niet alleen maar een gezellige bezigheid zijn.

 

Wat moet er in Rotterdam gebeuren om die economie te verbeteren?

Om dat voor elkaar te krijgen, zouden er meer plekken moeten zijn met een redelijke schaal. Het heeft ook te maken met ondernemerschap. En echt ondernemerschap streeft naar economie die los staat van subsidies. Ik vind het jammer dat er niet meer bedrijven zijn zoals Uit je Eigen Stad. Ik denk dat als je nu een nieuwe Uit je Eigen Stad opzet, het lastig wordt voor één van de twee. Maar als de belangstelling groeit voor dit soort initiatieven dan is er ook meer mogelijk. Dan groeit de markt ervoor.

Naast bedrijven met een redelijke schaal, moet er ook een organisatie komen die weer aan de gang gaat met het verbeteren van de economie in de stadslandbouwbeweging. Dat zou Eetbaar Rotterdam kunnen zijn, maar ook een andere organisatie. In ieder geval moet de beweging zich weer gaan organiseren. Als we ons beter willen organiseren, moet er een goed secretariaat ontstaan. Want in het overleg zijn wij lang niet altijd even effectief. Ik denk dat er mensen in die kern moeten komen die veel effectiever en veel meer gestructureerd zijn. En zij moeten de professionaliteit en het rendementsdenken hoog in het vaandel hebben. Die mensen zijn er wel, maar die zijn niet altijd goed zichtbaar.

En, in lijn met Stirner en Steiner, moeten we ons veel meer onafhankelijk opstellen van de overheid. Dat is goed voor onszelf, maar ook in het belang van de overheid. Wij moeten ons niet afhankelijk maken van subsidies van de overheid. Maar, als de overheid iets bij ons komt halen, dan moeten we er wel geld voor vragen. Nu zie je veel te vaak dat wij gratis ideeën leveren aan de overheid. Dat gebeurt veel te veel! Bijvoorbeeld op al die conferenties, waar stadsboeren worden uitgenodigd om mee te denken met de gemeente, maar onlangs ook op de Stadsboerenconferentie die door ons zelf was georganiseerd. Daar komen ambtenaren op af om gratis informatie op te doen. Ze zouden ons voor die dienst die wij aan hen leveren moeten betalen. Ze zouden niet gewoon gratis mogen struinen naar kennis en advies. Dat zou de overheid ook niet moeten willen. De overheid moet ons zelfstandig willen maken. Dan moeten ze ons zien als een marktpartij die ze gewoon betalen voor hun dienst en niet door een subsidie vooraf. Ze moeten betalen voor de kennis die wij leveren. Of ze kunnen bijvoorbeeld het voedsel dat wij produceren afnemen voor hun kantines. Daar helpen ze ons pas echt mee.

 

Epiloog

Zowel volgens Stirner als Steiner ontwikkelen we ons naar een hoger doel. Steiner heeft het over een ontwikkeling naast God, en Stirner heeft het over een ontwikkeling van de mens (zonder God of de geestelijke wereld). Uiteindelijk willen wij steeds meer vrij zijn. In beide gevallen heb je de staat uiteindelijk niet meer nodig. Dat is een theoretisch ideaal. Realiteit is dat de staat er is en dat we nog niet zonder kunnen. We moeten alleen wel zoeken naar de juiste relatie die ons zo veel mogelijk onafhankelijk maakt.

 

Wat zijn je eigen plannen voor de komende tijd?

Ik neem afscheid van de stadslandbouwbeweging, en waarschijnlijk over niet al te lange tijd ook van Rotterdam. Met een vriendin ben ik een nieuw bedrijf begonnen: Voord&Wij. Wij organiseren ontmoetingen, tussen de burger en de agrarische sector, om wederzijds begrip voor elkaar te kweken. Ik richt mij in deze samenwerking vooral op het tegenovergestelde wat ik met stadslandbouw beoogde. Ik dacht altijd dat de kloof vooral aan de burger lag. Daarom heb ik geprobeerd om landbouw de stad in te krijgen. Maar ik ben er achter gekomen dat het probleem veel meer bij de agrarische sector ligt. Daar moet iets gebeuren. Ik wil de boer meenemen in hoe de consument denkt.

Als er ontmoetingen ontstaan op de boerderij en de consument mee gaat denken over het bedrijf van de boer, dan kan hij zijn bedrijf veel beter aanpassen aan wat de consument wil. In allerlei nieuwe organisatievormen zoals crowd-funding en CSA (community-supported agriculture) kan de boer ook nog eens een onverwachte hulp vinden in de consument om ontwikkelingen op zijn bedrijf te versnellen.

 

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.