“Bij het ontsluiten van een vrij grote voordien gecriminaliseerde markt, zijn er meer betrokkenen dan enkel de individuele gebruiker en diens direct omgeving.”

LEGALISERING VAN CANNABIS ALS KANS VOOR SOCIALE ECONOMIE

Tuur Ghyz

Het debat over de legalisering van cannabis is internationaal volop in beweging. Zo kondigde eerste minister Trudeau van de nieuwe Canadese regering de beslissing aan om cannabis te legaliseren. In de Amerikaanse staten Alaska, Colorado, Oregon en Washington is dit reeds zo. Ook andere staten en zelfs sommige presidentskandidaten van de VS overwegen legalisering. Ook in Mexico is de legalisering van cannabis al lange tijd onderwerp van debat. In de lage landen was Nederland jarenlang internationaal bekend om haar libertaire omgang met dit thema, maar recentelijk werd de wetgeving terug verstrengt tot op het punt waar de teelt en het bezit van de plant in theorie verboden is. België zit nog steeds met de schizofrene situatie waarin wel het gebruik (in praktijk) legaal is, maar de productie en distributie niet. In theorie valt de weed dus uit de lucht, in praktijk uit de criminele markt.

Dit essay argumenteert dat indien weed gelegaliseerd wordt, de betrokken landen deze markt best onmiddellijk nationaliseren en hiermee een historische kans grijpen om er sociale tewerkstelling aan te koppelen en verschillende potentiële problemen te vermijden. Hiermee gaan we in deze korte bijdrage de ‘of’ discussie uit de weg (wel of niet legaliseren), ten voordele van de veel interessantere ‘hoe’ discussie (hoe te legaliseren). De vraag of cannabis legaliseren een goede zaak is, hangt immers volledig af van de manier waarop dit georganiseerd zou worden. Bij het ontsluiten van een vrij grote voordien gecriminaliseerde markt, zijn er meer betrokkenen dan enkel de individuele gebruiker en diens direct omgeving. Het gaat ook over de productie en distributie van cannabis, wat implicaties heeft voor o.a. tewerkstelling, ecologie en veiligheid. Bijvoorbeeld, enkel het gebruik legaliseren en de productie in criminele handen, is voor België misschien verwarrend, maar voor een land als Mexico maakt dit een groot verschil.

Vijf argumenten voor de nationalisering van cannabisproductie

  1. Legalisering van cannabis is een unieke kans om een winstgevende publieke dienst uit te bouwen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het spoor zou de handel in cannabis een duidelijk winstgevende activiteit en dus een veilige overheidsinvestering zijn. Aangezien het de overheid is die deze markt via wetgeving legaal ontsluit, is het een natuurlijke en pijnloze vorm van nationalisering. Hierbij krijgt een land zelf de winsten, in plaats van deze ‘uit te besteden’ aan agro-multinationals als Monsanto of dan witgewaste drugsdealers. Voor veel landen is dit een unieke kans om de begroting in moeilijke tijden te spijten, eventueel met een rechtstreekse koppeling met budgetten voor gezondheidszorg en preventie.
  1. Het zou slim en sociaal innovatief zijn om sociale tewerkstelling te koppelen aan de productie, logistiek en verkoop van cannabis. Het gaat hierbij om een variant op sociale economie waarbij groepen met een zekere ‘afstand’ tot de arbeidsmarkt via subsidies toch een baan krijgen die aangepast is op hun capaciteiten en waarin op een component opleiding zit. De hoge winstmarge van cannabis biedt hier ruimte voor verminderde arbeidsefficiëntie zonder (extra) subsidies, wat honderden zo niet duizenden relatief eenvoudige jobs en opleidingstrajecten zou opleveren voor mensen die anders weinig kansen krijgen. Het blijft de bedoeling winstgevend te zijn (zie punt 1), maar het loslaten van winstmaximalisatie maakt dat er in de sociale economie niet alleen andere maar ook meer arbeidsplaatsen gecreëerd kunnen worden. Daarbij gaat het niet alleen over langdurig werklozen, maar ook bijvoorbeeld nieuwe vluchtelingen of mensen in een re-integratietraject (die via wat in België artikel 60 tewerkstelling noemt een plaats in de samenleving kunnen verkrijgen). Indien groots aangepakt kan er rond de distributiecentra nog meer werk komen (restaurants, parkeerwachters, etc.). Hierbij heeft de overheid in landen met te lage lonen om voltijds werkende mensen uit de armoede te houden meteen een kans om gewone arbeiders een degelijk loon uit te betalen.
  2. Door de productie en distributie zelf in handen te houden, krijgt de overheid volledige controle over het product en dus de THC waarde van cannabis, alsook controle over aan wie het roesmiddel verkocht wordt. Dit opent mogelijkheden om democratische grip te krijgen op de sociale- en gezondheidsaspecten van cannabisgebruik. Hoewel dit waarschijnlijk ingaat tegen de verhoopt volledige vrijheid van gebruik die vele advocaten van legalisering koesteren, helpt een dergelijke opstelling draagvlak creëren bij meer conservatieve delen van de bevolking. Uiteraard zou er een dealercircuit naast het officiële kunnen opduiken, maar aangezien er geen grijze zone meer is, kan de overheid dan hard optreden tegen andere dealers zonder vrees dat het probleem zich verplaatst.
  1. Zeker in een internationale context is het geweldsmonopolie van de overheid van belang in het garanderen van een voldoende beveiligde productie (en distributie) bij de transitie van een ondergrondse naar een legale markt. Hoewel ook hier relevant, is dit niet het eerste punt waaraan we in Noord Europa zouden denken, maar in de vele Latijns-Amerikaanse landen waarin men legalisering overweegt is dit cruciaal. Wanneer we zien dat bijvoorbeeld in Mexico in recente jaren zelfs limoentelers door georganiseerde misdaad voor hun oogst overvallen werden, is de kans op (gewelddadige) diefstal bij onafhankelijke cannabisplantages zeer hoog. Wanneer de staat dit zou doen (bijvoorbeeld op militair terrein) kan men tegelijk voor de veiligheid instaan. De productie kan dan bovendien makkelijker in openlucht gebeuren, wat op ecologisch vlak een hoop energie uitspaart vergeleken met de ‘verborgen’ overdekte productie met lampen.
  2. Ten slotte krijgen we op deze manier volledige democratische controle over waar de distributie komt, waardoor problemen (en opportuniteiten) rond drugstoerisme via planning geanticipeerd kunnen worden. In plaats van, zoals in Nederland, achteraf de ruimtelijke spreiding trachten te veranderen of beïnvloeden via wetgeving, kan dit nu – mits voldoende lokale participatieve processen – rechtstreeks ingepland worden. Bovendien heeft de overheid zo controle over de directe omgeving van de distributie, zodat er in voldoende veiligheid en controle (niemand high de weg op!) kan voorzien worden in de centra maar ook op de parking, etc.

De discussie over legalisering van cannabis gaat over veel meer dan individueel gebruik. Het gaat ook over tewerkstelling, nieuwe kansen tot economische ontwikkeling, ecologie, veiligheid en wie de enorme winsten van deze nieuwe markt mag opstrijken. Als we in andere landen Canada willen volgen kunnen we het dus evengoed meteen beter doen.

 

 

 

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.