Redeemers: Ideas and power in Latin America

Een intellectuele reis naar het woelige Zuid-Amerika

Door Tuur Ghys

Hoeveel weet u van de Latijns Amerikaanse geschiedenis? Hoewel ik dacht een goede kennis van de wereldgeschiedenis te hebben, bleek dit toch tegen te vallen bij lezen van Redeemers: Ideas and power in Latin America van Enrique Krauze.[1] Het Latijns Amerika van de 19de en 20ste eeuw is een interessante context om na te denken over sociale verandering en alternatieve samenlevingsmodellen, alsook over de te verkiezen weg om deze te bereiken. Ten eerste was en is het een continent met vele uitdagingen, gaande van armoede en extreme ongelijkheid, de diversiteit tussen nieuwe en oorspronkelijke bewoners, tot het ontwikkelen van relatief jonge staten onder constante imperialistische bemoeienis. Ten tweede was het een politiek turbulent continent, de achtergrond voor vele revoluties, guerrillaoorlogen en staatsgrepen, en het uitproberen van nieuwe sociaaleconomische en politieke modellen gaande van socialisme tot neoliberalisme.

Welke rol spelen ideeën en hun verspreiders in een dergelijke context? Dit boek van de Mexicaanse historicus Enrique Krauze bestaat uit een collectie van biografieën van prominente Latijns Amerikaanse intellectuelen en ideologische leiders. Samen vormen ze een reflectie over ideeën en macht, waarin de centrale obsessie van de auteur de afweging is tussen de radicale vlucht voorwaarts volgens een bepaalde (vaak socialistische) ideologie, of de tragere democratische weg. Het boek bespreekt 12 intellectuelen en leiders, voornamelijk mannen als Jose Marti en Ernesto ‘Che’ Guevara met sterke overtuigingen, met als vrouwelijke uitzondering en vreemde eend Eva Peron. Hoewel Redeemers figuren uit heel Zuid-Amerika wil bespreken (Van Mexico tot Argentinië), ontbreekt Brazilië waardoor het Mexicaanse overwicht opvalt.

De auteur groepeert deze biografieën in zes delen. Eerst komen enkele van de ‘voorvaders’ (ruwweg voor WOII) aan bod. Te beginnen met Jose Marti, wiens leven in teken stond van de Cubaanse onafhankelijkheid; daarna José Enrique Rodó, een invloedrijke intellectueel uit Uruguay die de tegenstelling van het continent met het imperialistische VS op scherp stelt. Vervolgens komt de schrijver, filosoof en politicus José Vasconcelos, die vandaag vooral herdacht word als de grondlegger van modern onderwijs in Mexico. Een interessante onbekende is vast de Peruviaan José Carlos Mariategui. Hij leverde een unieke bijdrage aan het socialistische gedachtegoed door Marxisme te koppelen aan de Inca beschaving en de strijd van de Indiaanse bevolking. Het tweede deel is volledig gewijd aan de Mexicaanse dichter, schrijver en diplomaat Octavio Paz, wiens intellectuele leven de ‘korte 20ste eeuw’ overspande. Deel drie gaat over twee populaire iconen, beide van Argentijnse afkomst. Eerst komt de voormalige Argentijnse first lady Eva Peron, die met een mix van sociaal(ogend) populisme en extreem rechtse connecties een zeer ambigue figuur uit de geschiedenis blijft. Hierna volgt de voor iedereen bekende Ernesto ‘Che’ Guevara. Deel vier gaat dieper in op de rol van literatuur en voltijdse auteurs, en vergelijkt twee Nobelprijswinnaars: de Colombiaan Gabriel García Márquez (bekend van o.a. Honderd jaar eenzaamheid) en de Peruviaan Mario Vargas Llosa (Gesprek in de kathedraal). De twee figuren uit deel vijf over religie en rebellie hebben beiden betrekking op het verzet van arme boeren in Zuid-Mexico, dat cumuleerde in de Zapatistas beweging van de jaren ’90. Eerst komt Samuel Ruiz, de bisschop die de bevrijdingstheologie in Zuid-Mexico verspreidde onder de inheemse bevolking. Hiermee effende Ruiz het pad voor de gemaskerde legende bekend als Subcommandante Marcos, de leider van de opstand van 1994. Hekkensluiter is Hugo Chavez, die een apart hoofdstuk krijgt als de meest nieuwe (en democratisch verkozen) incarnatie van de ‘Caudillo’: een centrale term in dit boek die verwijst naar de typisch Zuid-Amerikaanse sterke leider die zijn macht baseert op persoonlijk gezag.

Een kleine waarschuwing voor wie alle voorgaande namen op Che na nieuw klinken: aan de hand van de biografieën krijg de lezer een sociaal-culturele geschiedenisles, maar Krauze bespreekt weinig algemene geschiedenis (of geografie). Hierdoor zijn figuren en gebeurtenissen voor de Europese lezer soms moeilijk te situeren. Zeker aan het begin is Wikipedia een welkome vriend in nood, in deel twee brengt de biografie van Octavio Paz voor ons bekendere historische ijkpunten (Spaanse burgeroorlog, WOII, de koude oorlog) in het verhaal.

Het boek bespreekt voornamelijk linkse denkers, maar is hier zeker geen ode aan. De biografieën in Redeemers zijn niet neutraal verhalend maar bouwen op naar een oordeel, wat vooral voor de linkse lezer onder ons een struikelblok kan vormen. Het algemene patroon is dat de denkers meestal vanuit een sterk linkse overtuiging starten, en Krauze vervolgens veel aandacht geeft aan hun al dan niet tot ‘inkeer’ komen tot liberalisme of de sociaaldemocratie. Dit is het meest duidelijk in de symmetrische hoofdstukken over Gabriel Garcia Marquez en Mario Vargas Llosa. Beiden Nobelprijswinnaars literatuur met vergelijkbaar profiel en verdienste, maar Marquez wordt volledig afgerekend op zijn vriendschap met Fidel Castro, waar Llosa zijn hemel verdient door hem af te wijzen. De auteur eindigt het hoofdstuk van Marquez zelf met een persoonlijke oproep aan hem zich van Castro te distantiëren. Castro zelf ontbreekt verassend genoeg in de lijst van biografieën ondanks zijn veelvuldig optreden als antagonist, wiens plaats Krauze opvult met de intellectueel minder interessante Che Guevara. Een zekere vooringenomenheid trekt zich ook door in de compositie van het boek: Octavio Paz, de grote held (en vriend) van de auteur die van extreem links uiteindelijk naar het centrum opschuift, krijgt 6 keer meer plaats dan anderen. Van diegene die kozen voor revolutionaire ‘redemption’ komen Subcommandante Marcos en zijn Zapatistas er nog het beste mee weg, mede omdat ze op de sympathie van Paz konden rekenen.

Van de vele thema’s die Krauze bespreekt wil ik er voor Het Potentieel twee uitpikken. Ten eerste de rol van de geschreven intellectuele dialoog. Het is opvallend dat op enkele uitzonderingen na de meeste grote denkers uit dit boek voor een tijdschrift schreven of er redacteur van waren. Niet-academische tijdschriften waren van groot belang bij het ontwikkelen van ideeëngoed in Latijns Amerika. Het tweede thema is dat deze ideeën er wel degelijk toe deden. De meeste biografieën starten met de figuur van een dromerige en onervaren student. Vanuit de huidige Europese context waarin publieke intellectuelen een steeds kleinere rol lijken te spelen verwacht je dan dat het probleem met deze figuur is dat hij als naïeve ‘wereldverbeteraar’ in realiteit aan wal blijft staan. De jongens en het meisje die zich in het explosieve Zuid-Amerika tot ‘redeemers’ ontpopten konden echter net wel met hun ideeën een stempel drukken op de samenleving.

Het probleem dat Krauze aankaart is niet impotentie maar de keuze voor het blind doorvoeren van ideeën. De schrijver legt hier de nadruk op democratische dialoog waarin er blijvend afgetast word of er a) draagvlak is en b) of ideeën van intellectuelen ook praktisch zijn voor wie ze aanbelangen. Dit laatste is belangrijk omdat meerdere personages uit het boek actief zijn tegen een populistische achtergrond. Daarin is draagvlak (en dus legitimiteit) vinden niet zo moeilijk, ook al zijn er binnen democratische dialoog heel goede tegenargumenten die niet gehoord worden. Dit boek geeft dus concluderend motivatie genoeg voor het verder ontwikkelen van ideeën, praktijken en debatten.

[1] Krauze, E. (2012) Redeemers: Ideas and Power in Latin America, London: Harper Perennial.

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.