“De Aarde is te zien als drager van rechten, waar we over hebben te waken ten behoeve van toekomstige generaties en de andere leden van de Earth Community.”

RECHTSHERSTEL VOOR DE AARDE?

Ecocentrische ontwikkelingen in het recht

Femke Wijdekop

Femke Wijdekop (1979) is opgeleid in het internationale en constitutionele recht aan de Vrije Universiteit. Ze is als vrijwilliger betrokken bij de End Ecocide on Earth-campagne (www.endecocide.eu) en werkt als onderzoeker voor het Institute for Environmental Security (www.envirosecurity.org) aan een project over de juridische bescherming van Environmental Defenders. Ze volgt ecocentrische ontwikkelingen in het recht met grote belangstellingen het is haar harte-wens om een bijdrage te leveren aan het eren van de rechten van toekomstige generaties en Moeder Aarde in de internationale rechtsorde.
TEDX talk: How Law Can Save the Earth.

 

Inleiding

Hebben bossen en rivieren rechten? Kunnen we namens toekomstige generaties de overheid aanklagen als deze zich onvoldoende inspant om CO-2 uitstoot te verminderen en de opwarming van de Aarde tegen te gaan? Zou grootschalige vernietiging van ecosystemen het Vijfde Misdrijf tegen de Vrede moeten worden, naast genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en agressie?

Dit zijn actuele vragen in het juridisch discours. De tijd dat de juridische bescherming van de aarde zich beperkte tot technische milieuvoorschriften en vergunningsvoorwaarden is voorbij. Een groeiend aantal rechtsgeleerden beseft dat een radicale verandering in de rechtspositie van de aarde nodig is om de juridische randvoorwaarden te scheppen voor een gezonde relatie tussen mens en planeet. De gemene deler in dit nieuwe denken is de beweging van antropocentrisme naar ecocentrisme. Waar vroeger de aarde als louter gebruiksobject voor de mens werd gezien, dat in bezit genomen, ontgonnen en verdeeld kon worden, ontwikkelt zich nu een hernieuwd besef van de intrinsieke waarde van de aarde en de noodzaak om onze menselijke wetten af te stemmen op haar natuurwetten. Deze holistische visie op de relatie tussen mens en aarde ontstaat niet in een vacuüm. Woordvoerders van het ecocentrisme kunnen rijkelijk putten uit inheemse en religieuze tradities (Paus Franciscus’ encycliek Laudato Si staat vol van verwijzingen naar de intrinsieke waarde van de Aarde en haar bewoners!) en zelfs uit inzichten uit de kwantumfysica. Het idee dat de aarde een onbezield gebruiksobject is, is eigenlijk pas sinds de verlichting en de industriële revolutie een dominant denkbeeld geworden. De schade die deze manier van denken heeft aangericht aan de aarde, onze medebewoners en onszelf is nu zo hoog opgelopen dat zelfs juristen – van nature niet de meest vooruitstrevende beroepsbevolking – met innovatieve, creatieve ideeën komen om de balans tussen mens en aarde te herstellen.

In dit artikel beschrijf ik drie van zulke ideeën en hun praktische implicaties: Wild Law, Ecocide als vijfde misdrijf tegen de vrede en rechtszaken in naam van toekomstige generaties.

 

Wild Law

Het meest verstrekkende initiatief om de balans tussen mens en aarde te herstellen is de zogenaamde ‘Wild Law-movement,’ waarvan de Zuid Afrikaanse advocaat Cormac Cullinan een belangrijke vertegenwoordiger is.[1] Wild Law is een nieuwe stroming[2] die, zoals de naam al aangeeft, ‘wildheid’ terug wil brengen in het recht. Daarmee wordt bedoeld het harmoniseren van menselijk recht met de wetten van Moeder Aarde. In de rechtsstelsels in de westerse wereld wordt bij het reguleren van menselijk gedrag nog steeds bijzonder weinig acht geslagen op de natuurlijke grenzen die de aarde stelt aan ons handelen. De duurzaamheidsfactor van menselijk handelen wordt afgewogen tegen financieel gewin op korte termijn en delft meestal het onderspit. Bovendien wordt bij het ontwerpen van regelgeving voor het besturen en beheren van ecosystemen nauwelijks rekening gehouden met de aard en cycli van het betreffende ecosysteem. Ecosystemen worden als het ware ‘gevangen gezet’ in een weerbarstig web van bureaucratische regels; een van bovenaf opgelegd raamwerk dat het floreren van het ecosysteem bemoeilijkt. De Aarde wordt gezien als rechtsobject, in plaats van rechtssubject (drager van rechten). De mens is niet in relatie met de Aarde, maar bezit haar en gebruikt haar voor eigen gewin. De effecten van menselijk handelen op de Aarde worden niet of nauwelijks verdisconteerd bij het nemen van beslissingen en zodoende worden milieukosten geëxternaliseerd. De Aarde staat buiten spel.

Wild Law wil hier verandering in brengen. Volgens Wild Law is het recht van mensen onderdeel van, en onderworpen aan, een overkoepelende natuurlijke rechtsorde – de kosmische wetten van Moeder Aarde. Bij het reguleren van menselijk gedrag is het effect van ons gedrag op onze natuurlijke leefomgeving een factor van groot belang. De uiteindelijke toetssteen in Wild Law is niet of het menselijk belang optimaal gediend wordt, maar of het belang – het functioneren en de integriteit – van het totale ecosysteem gediend wordt. Het menselijk belang is daar (slechts) een onderdeel van. De rechten en plichten van mensen moeten worden afgewogen tegen de rechten van andere leden van de Earth Community, zoals planten, dieren, rivieren en ecosystemen.

Om te weten hoe de balans uitpakt voor het ecosysteem als geheel, is het nodig om de belangen van andere leden van de Earth Community juridisch vast te leggen en te beschermen (rechten zijn namelijk ‘belangen die voor de rechter afgedwongen kunnen worden’). Alle leden van de Earth Community hebben het recht om te bestaan, het recht op een habitat en het recht om hun unieke rol te vervullen in de regeneratieve processen van de Earth Community. Deze natuurlijke rechten beperken de handelingsvrijheid van mensen, net zoals mensenrechten dat doen. Onze vrijheid om te handelen vindt immers zijn begrenzing in het respecteren van de vrijheid en mensenrechten van onze medemensen. Wanneer er zich een conflict voordoet tussen rechten en plichten van mensen en de natuurlijke rechten van andere leden van de Earth Community, wordt er gekeken welke uitkomst het functioneren en de integriteit van het gehele ecosysteem het meeste dient. Aangezien niet-menselijke leden van de Earth Community zichzelf natuurlijk niet in rechte kunnen verdedigen, kunnen er zogenaamde ‘guardians’ aangesteld worden om voor deze rechten op te komen (een constructie die lijkt op de wettelijke vertegenwoordiging van minderjarigen). Dat kunnen privépersonen zijn of rechtspersonen, zoals stichtingen die de belangen van de Earth Community vertegenwoordigen op basis van hun statuten. Het instellen van dergelijke ‘guardians’ zou een belangrijke innovatie zijn in het Westerse rechtssysteem dat tot nu toe, enkele uitzonderingen daargelaten[3], in principe alleen aan mensen rechten en wettelijke vertegenwoordiging toekent.

Een oplossing die dichter bij het bestaande rechtsstelsel ligt, is het introduceren van een zorgplicht voor mensen: de verplichting om zorgvuldig om te gaan met de Earth Community en om ervan af te zien haar schade toe te brengen (‘first, do no harm’). De introductie van een dergelijke zorgplicht sluit namelijk aan bij de verplichting om niet te handelen of na te laten in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid van het belangrijke artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek.[4] Met de veranderende maatschappelijke inzichten en opvattingen over de schade die de mens toebrengt aan de Aarde en de verantwoordelijkheid die de mens heeft om deze beschadiging een halt toe te roepen en de Earth Community (zover mogelijk) te herstellen, kan namelijk gesteld worden dat het beschadigen van de Earth Community in strijd is met hetgeen nu volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.[5] Het beschadigen van de Earth Community is dan maatschappelijk onzorgvuldig handelen en in strijd met de zorgplicht die de mens heeft ten aanzien van niet-menselijke rechtssubjecten.

Een ander belangrijk element van Wild Law is het ‘governance model’ dat het voorstaat. Bij het opstellen en uitvoeren van wetgeving om ecosystemen te beheren en conserveren wordt nauwe aansluiting gezocht bij de natuurlijke processen en ritmes van het ecosysteem. Immers, om te weten hoe je iets beheert (in stand houdt en tot bloei laat komen) moet je je afstemmen op de natuurlijke eigenschappen van dat systeem. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de oorspronkelijke bewoners van het ecosysteem, die diens aard en ‘wildheid’ goed kennen en zich daaraan aangepast hebben. Governance van ecosystemen moet dus op het niveau plaatsvinden dat in het intiemste contact ermee staat; dat zich haar wetmatigheden heeft eigen gemaakt en weet te vertalen naar voorschriften voor menselijk handelen. Alleen dan is er een optimale ‘match’ mogelijk tussen de wildheid van het ecosysteem en het ondersteunende juridisch kader eromheen.

Wild Law is niet louter een academische stroming. Beginselen van Wild Law hebben inmiddels hun weg gevonden naar de rechtssystemen van Ecuador en Bolivia, landen waar de verering van Moeder Aarde – Pachamama – onderdeel is van de inheemse cultuur en religies. Wild Law-experts werkten samen met een alliantie van inheemse volkeren aan de voorbereiding van de Ecuadoriaanse Grondwetsherziening van 2008. Ecuador wijdt in deze nieuwe Grondwet een geheel hoofdstuk aan de rechten van Moeder Aarde. Ecosystemen hebben volgens hoofdstuk 7 van de tweede titel van de Grondwet het recht om te bestaan en te floreren en burgers kunnen een ecosysteem in rechte vertegenwoordigen en ten behoeve van het ecosysteem rechtsherstel eisen van de regering.

Bolivia geeft in zijn Ley de Derechos de la Madre Tierra (Wet van de rechten van Moeder Aarde) rechten aan Moeder Aarde en in 2010 diende de Boliviaanse president Evo Morales een concept-Declaration of Mother Earth Rights in bij de Verenigde Naties.[6] In Nieuw Zeeland werd in 2012 aan de Whanganui-rivier (een rivier met belangrijke spirituele betekenis voor het Maori-volk) rechten en zelfs rechtspersoonlijkheid toegekend (het behept zijn met rechten en eventueel plichten, en als handelingsbekwaam ‘persoon’ deel kunnen nemen aan of vertegenwoordigd kunnen worden in het rechtsverkeer). In de Verenigde Staten hebben meer dan een dozijn gemeentes verordeningen aangenomen waarin het recht van ecosystemen om te bestaan en te floreren is vastgelegd en waarin rechtspersoonlijkheid van corporaties wordt ontkend voor wat betreft handelingen die het ecosysteem of de sociale gemeenschap schaden.

De belangrijkste factor voor het succes van Wild Law in de praktijk zal de mate zijn waarin de toepassers van de wet, de regeerders, bestuurders en rechters, zijn doordrongen van het belang van rechtsherstel voor de Aarde. Het toekennen van rechten aan Pachamama heeft de Ecuadoriaanse president Correa er helaas niet van weerhouden om (in strijd met de grondwettelijke bepalingen) China concessies te verlenen om in het Amazone gebied naar olie te drillen. Het besef van de intrinsieke waarde van de Aarde moet verinnerlijkt worden door toepassers van de wet, willen de rechten van de Aarde werkelijk gewicht in de schaal leggen.

 

Ecocide

Sinds 2010 voert de Schotse advocate Polly Higgins campagne om Ecocide strafbaar te stellen als Vijfde Misdaad tegen de Vrede onder het Statuut van Rome – het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof in Den Haag. “Ecocide” is de omvangrijke, langdurige en ernstige beschadiging en vernietiging van ecosystemen.[7] De term werd in 1970 geïntroduceerd door de Amerikaanse bioloog Arthur W. Galston om de milieuschade veroorzaakt door het ontbladeringsmiddel ‘Agent Orange’, dat werd ingezet door de Verenigde Staten tijdens de Vietnamoorlog, te omschrijven.[8] De internationale gemeenschap pikte de term snel op en in 1972, toen de Verenigde Naties de eerste Internationale Milieuconferentie organiseerden in Stockholm, gingen in deze stad meer dan 7000 mensen de straat op om een verbod op Ecocide te eisen.[9] De Zweedse premier Olof Palme beschreef de Vietnam-oorlog zelf als een “misdrijf, soms omschreven als “Ecocide”. In de jaren ‘70, ‘80 en ‘90 werden op VN-niveau de mogelijkheden verkend om Ecocide strafbaar te maken en in het ontwerpverdrag voor het Statuut van Rome werd Ecocide genoemd als een misdrijf tegen de Vrede en Veiligheid van de Mensheid. Echter, waarschijnlijk door toedoen van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland (!) verdween Ecocide uit de uiteindelijke verdragstekst.[10] Het enige dat nog herinnert aan Ecocide is de strafbaarstelling van een opzettelijk ingezette militaire aanval die “omvangrijke, langdurige en ernstige schade aan het milieu” aanricht als oorlogsmisdrijf in artikel 8 lid 2 (b) (iv) van het Statuut van Rome. De drempels van deze strafbaarstelling (de eisen die worden gesteld om aan de delictsomschrijving te voldoen) zijn echter zo hoog dat het artikel nog nooit ingeroepen is, en het is onwaarschijnlijk dat dit ooit zal gebeuren.

Volgend jaar wordt het Statuut van Rome herzien, en Polly Higgins’ campagne is erop gericht om Ecocide alsnog op te nemen in het verdrag zodat omvangrijke, langdurige en ernstige beschadiging en vernietiging van ecosystemen als Vijfde Misdrijf tegen de Vrede berecht kan worden door het Internationaal Strafhof. Higgins ziet olie-lekken, schaliegaswinning, teerzandwinning, de kernramp in Fukushima en grootschalige ontbossing als hedendaagse voorbeelden van Ecocide en stelt dat daarvoor niet alleen staatshoofden en regeringsleiders, maar ook leidinggevenden in het bedrijfsleven strafrechtelijk aansprakelijk moeten zijn.[11] Immers, massale vernietiging en beschadiging van ecosystemen is vaker het gevolg van bedrijfsactiviteiten dan van overheidshandelen.

Higgins plaatst haar voorstel om Ecocide te verbieden in een breder kader: het strafbaar stellen van de vernietiging van ecosystemen impliceert het recht op leven van deze ecosystemen, en een zorgplicht (‘duty of care’) voor mensen, bedrijven en overheden ten aanzien van het milieu. Net als Cormac Cullinan vindt Higgins dat we ons in relatie tot de aarde en tot toekomstige generaties moeten opstellen als een goede hoeder (‘steward’), niet als zelfzuchtige eigenaar.[12] Aan de andere kant leidt Ecocide dikwijls tot schending van mensenrechten, zoals het recht op een schoon en gezond leefmilieu (denk aan de vervuiling van de Niger Delta) en het recht op leven (in het geval van de slachtoffers van Tjsernobyl). Beschadiging en vernietiging van ecosystemen leidt daarnaast tot grondstoffen schaarste en verhoogt het risico op ‘resource wars’, grondstoffen-oorlogen, met bijbehorend risico op verdere mensenrechtenschendingen en uitholling van de democratische rechtsstaat. Ook is Ecocide vanwege de langdurigheid van de schade een Misdrijf tegen Toekomstige Generaties.[13] Tenslotte stelt Higgins voor om geweldloosheid (‘first, do no harm’) als algemeen rechtsbeginsel te introduceren en als fundament te gebruiken voor de ontwikkeling van “Earth Law”: het collectief aan rechtsregels en rechtsbeginselen dat menselijke waardigheid en de bescherming van de Aarde als hoogste waarden erkent en verdedigt.[14]

Op 6 September jl. is Higgins een internationale mobilisatie-campagne gestart in aanloop naar de herziening van het Statuut van Rome in 2015. Higgins roept burgers wereldwijd op om hun stem te laten gelden en hun politieke leiders en volksvertegenwoordigers dringend te vragen Ecocide te verbieden tijdens de herzieningsconferentie[15].

 

Toekomstige generaties voor de rechter

De laatste ontwikkeling die ik wil bespreken is de beweging om uit naam van toekomstige generaties rechtszaken tegen de overheid te voeren om een verandering in milieu- en klimaatbeleid af te dwingen. Met een beroep op intergenerationele rechtvaardigheid starten NGO’s dergelijke rechtszaken tegen de Staat om bijvoorbeeld een vermindering van CO2 uitstoot te bewerkstelligen. In de Verenigde Staten voert Our Children’s Trust met dat oogmerk de zogenaamde “Atmospheric Trust Litigation” in meer dan 50 staten.[16] In ons eigen land behaalde Urgenda op 24 juni jl. een historische overwinning toen de rechter haar gelijk stelde in de “Klimaatzaak” die ze tegen de Nederlandse Staat had aangespannen.. Urgenda werd in deze onrechtmatige daad-rechtszaak[17] vertegenwoordigd door advocaat Roger Cox, schrijver van het boek ‘Revolutie met Recht’.[18] De rechter gaf Urgenda gelijk dat de Staat tekort schiet in zijn zorgplicht om gevaarzetting en (dreigende) mensenrechtenschendingen als gevolg van klimaatverandering te voorkomen.[19] “Deze rechtszaak gaat over onze nalatenschap aan onze kinderen en toekomstige generaties,” leest de dagvaarding. “Hun wereld wordt gedicteerd door wat de komende jaren door ons wordt gedaan of nagelaten. Faalt de staat om zijn overheidsmacht zo uit te oefenen dat een gevaarlijke klimaatverandering wordt afgewend, dan laat zij de toekomstige generaties een vervuilde, ontwrichte en onveilige wereld na.”[20]

De theorie van intergenerationele rechtvaardigheid waar in deze rechtszaken een beroep op wordt gedaan, heeft veel te danken aan de Amerikaanse hoogleraar Edith Brown Weiss. Toen in de laatste decennia van de 20e eeuw het concept ‘duurzame ontwikkeling’ in zwang raakte, boog zij zich over de vraag of duurzaamheidsdenken juridisch-theoretisch onderbouwd kon worden door middel van de theorie van ‘intergenerationele ecologische rechtvaardigheid’ (‘intergenerational ecological justice’). In haar boek ‘In Fairness to Future Generations’[21] beargumenteert zij dat elke generatie een ‘natuurlijk en cultureel’ erfgoed ontvangt van voorgaande generaties en dit erfgoed voor toekomstige generaties beheert in een trust-relatie.[22]

Drie beginselen van intergenerationele ecologische rechtvaardigheid vloeien uit deze trust-relatie voort:

  1. elke generatie moet de diversiteit van het natuurlijke en culturele erfgoed behouden voor toekomstige generaties;
  2. elke generatie moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van dit erfgoed wordt behouden en wordt doorgegeven aan toekomstige generaties;
  3. elke generatie zorgt ervoor dat haar leden gelijkwaardige toegang hebben tot het natuurlijke en culturele erfgoed dat is ontvangen van voorgaande generaties, en dat deze toegang doorgegeven wordt aan toekomstige generaties.

Deze drie beginselen van intergenerationele ecologische rechtvaardigheid die Weiss ontwikkelde zijn inmiddels overgenomen in een veelvoud aan VN-resoluties[23] en wijdverbreid geaccepteerd in de academische wereld.[24]

Intergenerationele ecologische rechtvaardigheid wordt verder theoretisch onderbouwd door de zogenaamde ‘hypothetical contractarian conceptions of justice’, waarin toekomstige generaties hypothetisch partij zijn bij het sociaal contract. In het gedachte-experiment van het sociaal contract bevinden we ons in een oorspronkelijke uitgangspositie (Locke’s “initial position”) waarin we niet weten welke toekomstige (rechts-)posities we in de maatschappij zullen innemen (we bevinden ons in de woorden van Rawls onder een ‘sluier van onwetendheid’ ofwel “veil of ignorance”) In een dergelijke hypothetische situatie zou een generatie die niet weet waar zij gesitueerd is langs de tijdslijn en die rationeel haar eigenbelang nastreeft, zich schikken naar een rechtvaardige “verdeling” van natuurlijk en cultureel kapitaal. Bij deze rechtvaardige verdeling zou elke generatie gelijke toegang tot en gelijke kwaliteit en diversiteit aan natuurlijke en culturele hulpbronnen erven van haar voorgangers als die ze nalaat aan de generatie die na haar komt. Op deze manier wordt er een tijdsdimensie toegevoegd aan het sociaal contract. Elke generatie moet de rechten en verplichtingen die zij heeft ontvangen van de voorgaande generatie ten aanzien van het natuurlijk en cultureel erfgoed, reciproceren ten aanzien van de generatie die na haar komt.[25] Het gemeenschappelijk natuurlijke erfgoed bestaande uit alle natuurlijke bronnen van de Aarde, de atmosfeer, oceanen, zoetwater-systemen en de ruimte, behoren volgens deze theorie toe aan alle generaties in een tijdloos partnerschap dat hen met elkaar verbindt (‘intergenerational partnership’).[26]

 Dit partnerschap tussen generaties is gebaseerd op wederzijds respect en de menselijke solidariteit, in de woorden van rechter Cancado Trindade van het Internationaal Gerechtshof:

“Human solidarity manifests itself not only in a spacial dimension – that is, in the space shared by all the peoples of the world – but also in a temporal dimension – that is, among the generations who succeed each other in the time, taking the past, present and future altogether.”[27]

Huidige generaties waken over ons gemeenschappelijke natuurlijke erfgoed ten behoeve van toekomstige generaties. We hebben de Aarde niet in eigendom, maar te leen van hen die na ons komen. Het starten van onrechtmatige daad en trust-rechtszaken tegen de overheid is een concrete manier om deze intergenerationele rechtvaardigheid handen en voeten te geven. Zowel in Nederland als in de Verenigde Staten zijn toekomstige generaties, in de vorm van minderjarige kinderen, partij bij de rechtszaak. Urgenda presenteerde zijn dagvaarding aan de Staat zelfs omringd door huidige en toekomstige generaties: kinderen, volwassenen en ouderen hadden zich op de stoep van de Hoge Raad in Den Haag verzameld. Met deze rechtszaken betreden de eisers, maar ook de rechters, nieuw terrein. De rechters moeten bestaande, ‘open’ wettelijke normen interpreteren in de nieuwe context van klimaatverandering en intergenerationele rechtvaardigheid en hebben weinig precedenten waarop ze kunnen terugvallen bij het invullen van deze ‘interpretatie-vrijheid’. De rechter in de Klimaatzaak liet zich leiden door beginselen van het VN Klimaatverdrag en stelde:

“Het billijkheidsbeginsel houdt in dat het beleid tot uitgangspunt moet nemen niet alleen datgene wat op dit moment voor de huidige generaties het meest voordelig is, maar ook wat dat betekent voor toekomstige generaties, opdat niet zij uitsluitend of in onevenredige mate de gevolgen van klimaatverandering dragen.”

Het billijkheidsbeginsel, het voorzorgsbeginsel en het duurzaamheidsbeginsel begrenzen volgens deze rechter de beleidsvrijheid van de Staat en geven invulling aan zijn zorgplicht jegens Urgenda en de (toekomstige) Nederlandse bevolking Met deze uitspraak schiep de rechter een krachtig precedent voor de aansprakelijkheid van de Staat voor tekortschietend klimaatbeleid en gaf hij gewicht aan intergenerationele rechtvaardigheid via doorwerking van het billijkheidsbeginsel in het vaststellen van de zorgplicht van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (onrechtmatige daad). Het succes van de Klimaatzaak heeft ertoe geleid dat milieuorganisaties in België, Noorwegen en de Filipijnen soortgelijke rechtszaken zijn gestart (de Klimaatzaak in België is al in een vergevorderd stadium), dan wel aan het voorbereiden zijn.[28] Net als bij het uitvoeren van Wild Law-regelgeving zal ook in deze internationale Klimaat-rechtszaken de mate van bereidheid van rechters om werkelijk recht te doen aan de aarde en aan het lot van toekomstige generaties van doorslaggevende betekenis zijn om intergenerationele en ecologische rechtvaardigheid te laten zegenvieren. Ik hoop dat de moed die de rechter in de Nederlandse Klimaatzaak toonde aanstekelijk zal werken, en dat de degelijke onderbouwing van de dagvaarding en de sterke argumenten van Urgenda worden opgepakt door advocaten in het buitenland.[29]

 

Conclusie

De ecocentrische ontwikkelingen in het recht, zoals die tot uiting komen in Wild Law, Ecocide en intergenerationele rechtvaardigheid, getuigen van een verschuiving naar een meer holistisch en relationeel wereldbeeld. Meer en meer juristen beginnen de Aarde te zien als drager van rechten, in plaats van als rechtsobject, een drager die we moeten beschermen met behulp van de zorgplicht ‘first, do no harm’ en waar we over hebben te waken ten behoeve van toekomstige generaties en de andere leden van de Earth Community. Om de balans tussen mens en Aarde te herstellen, om rechtsherstel voor de Aarde te krijgen, is het nodig dat de hierboven besproken initiatieven de machtscentra bereiken en dat het besef van de intrinsieke waarde van de Aarde wordt verinnerlijkt door ‘those in power’.

Soms lijkt de kloof tussen ecocentrisch denken en de politieke en economische realiteit zo wijd dat de vrees ontstaat dat ecocentristische juristen een utopie nastreven. Tegelijkertijd groeit het besef dat ‘business as usual’ niet langer een optie is: de houdbaarheidsdatum daarvan is reeds lange tijd verstreken. Van dit besef lijkt de rechter in de Klimaatzaak doordrongen te zijn geweest toen hij oordeelde dat de Nederlandse staat ervoor moet zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. Met het oog op toekomstige Klimaatzaken, de Ecocide- en Wild Law campagne en de COP21 Klimaatconferentie in Parijs aan het einde van dit jaar zou het interessant zijn als in een volgende editie van dit blad aandacht wordt besteed aan de factoren en ingrediënten voor succesvolle sociale en ecologische bewegingen, en wat we daaruit kunnen leren voor onze eigen strijd voor ecologische rechtvaardigheid. Maar tot een dergelijk onderzoek wordt opgepakt en wetenschappelijk onderbouwd, geven deze dichtregels van Denise Levertov mij geloof terug in het menselijk Potentieel:

But we have only begun
to love the earth
We have only begun
to imagine the fullness of life
How could we tire of hope?
So much is in bud

Beginnings by Denise Levertov

 

 

[1] http://en.wikipedia.org/wiki/Cormac_Cullinan

[2] De eerste Wild Law conferenties werden in 2005 en 2006 in het Verenigd Koninkrijk gehouden. Cormac Cullinans’ boek ‘Wild Law’ wordt gezien als het standaardwerk in de beweging. Voor Cormac zelf is het boek van de Amerikaanse geoloog en theoloog Thomas Berry, “The Great Work”, een belangrijke inspiratiebron. Cullinan, C. (2011), Wild Law: A Manifesto for Earth Justice. White River Junction: Chelsea Green Publishing en Berry, Th. (1999), The Great Work: Our Way into the Future, New York: Random House.

[3] Zo is in Spanje in 2008 wetgeving aangenomen waarin aan grote apen – chimpansees, gorilla’s, orang-oetans en bonobo’s – het recht op leven en vrijheid wordt toegekend. In Bolivia, Ecuador, Nieuw Zeeland en in de Verenigde Staten worden rechten aan ecosystemen toegekend.

[4] Het onrechtmatige daad-artikel: “Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond”. (artikel 6:162 lid 1 en 2 Burgerlijk Wetboek). De onrechtmatige daad is de belangrijkste rechtsfiguur uit het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht en heeft equivalenten in de meeste rechtsstelsels in de wereld (“tort-law”).

[5] “Met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt” betekent zoveel als ‘hetgeen volgens maatschappelijke normen en waarden behoorlijk is”. Artikel 6:162 lid 2 Burgerlijk Wetboek.

[6] Dit conceptvoorstel voor een Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde moet nog behandeld worden.

[7] Higgins, P. (2010), Eradicating Ecocide: Exposing the corporate and political practices destroying the planet and proposing the laws needed to eradicate ecocide, London: Shepheard-Walwyn, p. 62-71

[8] Zierler, D. (2011), The Invention of Ecocide, Athens: University of Georgia Press

[9]http://www.endecocide.eu/history-of-ecocide/?lang=enhttp://eradicatingecocide.com/

2012/08/14/un-documents-say-ecocide-was-to-be-the-5th-crime-against-peace/

[10] Ibidem.

[11] Higgins (2010) p. 67-69.

[12] Higgins, (2010) p. XVII.

[13] Higgins, (2010) p. 155.

[14] Higgins, P. (2012), Earth is our Business: Changing the Rules of the Game. London: Shepheard-Walwyn.

[15] Informatie over deze campagne en over de acties die burgers kunnen nemen is te vinden op http://www.eradicatingecocide.com

[16] http://www.ourchildrenstrust.org

[17] Zie noot 4.

[18]Bekijk hier Roger Cox’ TED Talk over klimaatverandering en mensenrechten:

[19] Het vonnis is hier te lezen:
https://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Den-Haag/Nieuws/Pages/Staat-moet-uitstoot-broeikasgassen-verder-beperken.aspx

[20] De dagvaarding is te lezen op http://www.wijwillenactie.nl.

[21] Weiss Brown, E. (1989), In Fairness to Future Generations: International Law, Common Patrimony and Intergenerational Equity, United Nations University: Transnational Publishers

[22] De trust-relatie wordt uitgewerkt in de Public Trust Doctrine: “The Public Trust Doctrine states that it is the duty of the government to protect the resources that are essential to our collective survival and prosperity. These resources – rivers, groundwater, the seashore and the atmosphere – cannot be privatized or substantially impaired because they belong to everyone equally, even to those not yet born. The government has a legal obligation to preserve these trust resources and to manage them for the benefit of everyone, not just for the benefit of the wealthy and politically-connected corporations. The Public Trust doctrine is well-established in American law and in many other legal traditions throughout the world. The doctrine stretches all the way back to Roman times, long before anyone understood how important and fragile the atmosphere truly is. Fifteen hundred years ago the Emperor Justinian wrote: “The things which are naturally everybody’s are: the air, flowing water, the sea, and the seashore.” Bron: http://www.ourchildrenstrust.org.

[23] Zie bijvoorbeeld de World Charter for Nature, aangenomen op 28 oktober 1982, de Rio Declaration on Environment and Development, aangenomen op 14 juni 1992, de UNESCO Declaration on the Responsibilities of the Present Generations Towards Future Generations van 12 november 1997 en het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus) van 25 juni 1998.

[24] Weston, B.H. (2012), ‘The Theoretical Foundations of Intergenerational Ecological Justice: An Overview’ in: Human Rights Quarterly 34, p. 254.

[25] Weston (2012) p. 257-264.

[26] Weston (2012) p. 261.

[27] Bamaca-Velasques v. Guatemala Case, 2000 Inter-American Court H.R. (ser. C) No. 70 paragraph 23 (25 November 2000)(Separate Opinion of Judge A.A. Cancado Trindade), verkrijgbaar op http://www.corteidh.or.cr/docs/casos/articulos/seriec_70_ing.pdf.

[28]  http://klimaatzaak.eu/nl/

[29] De onlangs gelanceerde ‘Oslo Principles on Global Climate Change Obligations’ reiken rechters eveneens handvaten aan om internationale en nationale juridische verplichtingen van Staten op klimaatgebied vast te stellen: http://www.yale.edu/macmillan/globaljustice/news.html

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.