“Het christelijk geloof is een heel praktische godsdienst die misschien het hoofd wel in de hemel heeft, maar de voeten nadrukkelijk op de aarde.”

HOOP VOOR DE SCHEPPING

Over hoe het christelijke verhaal de nodige hoop kan bieden in een tijd van ecologische crisis

 Niels de Jong

Niels de Jong is predikant van de jonge (PKN) gemeente Noorderlicht in Rotterdam Noord. In 2005 studeerde hij af als theoloog aan de Universiteit van Utrecht. Voordat hij Noorderlicht oprichtte werkte hij als missionair werker en later als dominee voor de kerkgemeente de Samaritaan in Rotterdam Noord. Onder andere door een uitgiftepunt van de voedselbank onder te brengen, probeert hij handen en voeten te geven aan de zorgfunctie van de kerk. Verder is hij schrijver van de boekenreeks ‘Bijbel beter begrijpen’, met titels als ‘Jezus beter begrijpen’, ‘Psalmen beter begrijpen’ en ‘David beter begrijpen’. Ter gelegenheid van het tienjarige bestaan van de voedselbank schreef hij het boek ‘Iedereen aan tafel!’.
www.uitonverwachtehoek.nl, www.noorderlichtrotterdam.nl, www.bijbelbeterbegrijpen.nl

 

Over een landgoed in verval

Stel je voor dat je een enorm landhuis en een enorm landgoed tot je beschikking krijgt. Een familielid geeft dit om bepaalde redenen voor onbepaalde tijd in beheer aan jou. Per brief krijg je dat door en tussen alle paperassen zitten alle papieren die je nodig hebt. Er is verder geen tijd voor overleg of onderhandeling. Je mag er naar eigen goeddunken gebruik van maken, voor zorgen, in wonen, of wat dan ook. Dat familielid heeft jou uitgekozen omdat hij denkt dat je de verantwoordelijkheid aan kunt. Het is overigens niet zomaar een familielid die je dit allemaal in beheer geeft. Het is iemand waaraan je veel te danken hebt in je leven. Als je erbij nadenkt, heb je zo’n beetje alles aan dat familielid te danken van wat je nu hebt en wie je nu bent.

Het spreekt voor zich dat je jezelf voorneemt om je uiterste best te doen om het beheer zorgvuldig op je te nemen. Stel dat dan blijkt, als je het landgoed gaat bezoeken, het toch anders is dan je gedacht had. Het blijkt een landhuis in verval te zijn. Het landgoed blijkt een grote puinhoop te zijn geworden. Overal zijn beschadigingen en overal zijn dingen stukgegaan en haast zienderogen gaat de achteruitgang door. Hier of daar zie je nog wat van de grootsheid en de schoonheid van het landgoed, maar vooral valt op dat het niet meer is wat het geweest is. En dat als er niets aan gebeurt het helemaal over en sluiten is. Dat is een tegenvaller, maar het is te verwachten dat je vasthoudt aan je voornemen om zorg te gaan dragen voor wat je in beheer hebt gekregen.

Je doet dit, zonder dat je weet of het herstel je gaat lukken. En ook zonder dat je weet of wat kapot is, hersteld kan worden. Misschien ook zonder dat je weet hoe je het precies aan moet pakken. Je gaat aan de slag, zo goed als je kunt, en probeert zorg te dragen voor dat landhuis en dat landgoed. Je neemt – toch? – je verantwoordelijkheid. Uit liefde voor die persoon en ook omdat je weet hoe het had kunnen zijn.

 

Christelijke visie

In een notendop is dit de christelijke visie op de schepping en hoe zij in beheer is gegeven aan mensen. Dit is een hoge verantwoordelijkheid,[1] want de schepping is een fenomenale creatie.[2] De Bijbelschrijvers zijn echter geen blinde romantici. Deze schepping is ook een wereld in verval. Daar spreekt bijvoorbeeld een tekst als Romeinen 8 over. Met name deze laatste tekst, geschreven door Paulus aan christenen in Rome, zullen we bespreken in het kader van dit artikel waarbij we willen nadenken of het christelijke verhaal kan helpen om ons in te zetten voor deze aarde en haar herstel.

‘De aarde zucht en steunt als een vrouw in barensnood’,[3] schreef Paulus eeuwen geleden. Dat is inmiddels alleen maar duidelijker geworden. Fossiele bronnen raken op, het klimaat is in een crisis en als alles zich ontwikkelt zoals het zich nu ontwikkelt dan stevent deze aardbol af op de ondergang. De discussie is vooral hoe lang of kort het nog duurt voordat het moment van de ondergang plaats vindt. ‘Zo is het niet bedoeld’, is de christelijke overtuiging. Het Bijbelverhaal spreekt namelijk beeldend van een fantastisch begin, een paradijselijke situatie waarin alles goed was.[4]

Dat is nu anders. Wij hebben inmiddels allemaal beelden gezien van het zuchten en steunen van de aarde. De polen smelten, woestijnen rukken op, temperaturen stijgen, het aantal diersoorten neemt af, het evenwicht in de natuur raakt steeds meer uit balans, etc. Veelal onder invloed van mensen steunt en kraakt de schepping in haar voegen. Schepselen maken zoveel stuk dat het tot gevolg heeft dat de schepping in nood is. Het is een bekend liedje. Het is echter de vraag of dit liedje ons nog raakt en of we de ernst ervan inzien. Soms lijkt het alsof we leven met de gedachte ‘na ons de zondvloed’. Dat is wel een uitdrukking met een Bijbelse verwijzing, maar niet een opmerking die het Bijbelse gedachtegoed weergeeft.

Nog even terug naar het voorbeeld aan het begin van dit artikel. Wat zou het je doen als je wist hoe dat geliefde familielid met zoveel inzet en liefde dat landhuis had gebouwd en dat landgoed had aangelegd. Als je op momenten dat je wandelt in die wildernis die het is geworden, toch ziet hoe prachtig het ooit was. De schoonheid die erdoorheen te zien is, kan je zomaar raken. Wat zou het je doen? Het zou je pijn doen. Vreselijke pijn.

Als christenen echt geloven in God – de God die in de bijbel naar voren komt als de Schepper en Eigenaar van de hele schepping – dan kan het niet anders dat het christenen aan het hart gaat hoe dingen kapot gaan. Dan zuchten ze mee met de schepping. Om het nog scherper te zeggen: als christenen de mond vol hebben van God, maar niet of nauwelijks bewogen zijn om zijn schepping, dan is het de vraag of ze daadwerkelijk God liefhebben. Immers, iemand die werkelijk de God van de schepping liefheeft, kan het niet hebben als zijn werk (zijn schepping, zijn schepselen) stuk gaat. Daarom zouden christenen voorop moeten lopen in de zorg voor de schepping en het omzien naar medeschepselen. Nu hebben christenen op het punt van zorg voor medemensen zeker thuis gegeven, maar wat betreft de schepping ligt het anders. Naar mijn mening is het teleurstellend dat de christenheid op dit punt laat wakker geworden lijkt te zijn. Christenen lijken hun eigen christelijke verhaal op dit punt verkeerd begrepen te hebben.

 

Toekomstvisie

Er is nog een belangrijke reden waarom het christelijk geloof juist tot betrokkenheid op de schepping zou moeten leiden. Anders dan veel levensbeschouwingen, biedt de christelijke levensbeschouwing hoop voor de aarde. Het is de vraag of christenen dit wel beseffen. Er zijn namelijk vele christenen die – bewust of onbewust – het idee hebben dat dit leven maar voor één ding belangrijk is, namelijk het geloven in Jezus Christus om op die manier in de hemel te komen. Ik zal niet ontkennen dat tot geloof komen in Jezus Christus belangrijk is – het is cruciaal. Maar het geloof in Jezus Christus is niet zozeer belangrijk om naar de hemel te gaan en deze wereld achter je te laten en voor eeuwig op een harp in de hemel te spelen, of iets dergelijks. Tot geloof komen in Jezus Christus is de weg naar God toe en ook de weg om bij Gods toekomst betrokken te raken. En die toekomst bestaat uit een vernieuwde hemel en aarde.[5] Het is de bedoeling dat mensen deel gaan uitmaken van het grote herstel van zijn plannen. Waarin alles, ook deze aarde, wordt zoals hij het oorspronkelijk bedoeld had.

Zo spreekt die tekst uit Romeinen 8 er ook over. Daar gaat het niet over de vernietiging van de schepping of dat God een nieuwe toekomst begint op een andere planeet. Daar gaat het over dat deze schepping wordt bevrijdt van de vergankelijkheid. Zoals het volk Israël ooit werd bevrijd van het juk, het kwaad van de Egyptenaren. Zo wordt deze schepping bevrijd van het juk van de mensen, het kwaad, alle vernietigende machten en krachten. Een ander beeld uit Romeinen 8 is hiermee in overeenstemming – het beeld van de barensnood. Het lijden en zuchten van de schepping is niet een voorbode van de dood, van de vernietiging. Het is de voorbode van nieuw leven!

Dit hoopvolle perspectief mis ik regelmatig bij mensen die zich vanuit een andere wereldbeschouwing inzetten voor het milieu. Hoewel ik vaak genoeg een voorbeeld aan ze kan nemen wat betreft hun levensstijl en radicaliteit, verbaas ik me dat ze dit kunnen opbrengen vanuit een vage hoop. Zulke idealisten zeggen dan dingen als ‘op een gegeven moment zal de mensheid wel inzien dat het zo niet langer kan en dan zullen dingen veranderen’. Dit kan ik gewoonweg niet geloven. Het is me veel te ongegrond. Immers, er zijn volgens mij maar weinig aanwijzingen dat de mensheid wijzer wordt op dit gebied. Integendeel, ik vermoed dat de schade die we met z’n allen toebrengen aan de aarde nog nooit zo groot geweest is als in het afgelopen decennium.

Als christen heb ik echter een andere hoop. Hoop op herstel van de schepping vanwege een ingrijpen van buitenaf, van Gods kant, waardoor het op een of andere manier toch goed komt. Daarvoor zal het wellicht nog heel dramatisch worden (verschillende Bijbelteksten wijzen daarop, bijvoorbeeld Joël 2), maar dat ingrijpen komt er volgens de Bijbelteksten zeker. Die hoop is voor mij gegrond in de opstanding van Jezus Christus. Daarin zie ik dat de machten van het verval, van het kwaad, van de dood, van de vernietiging, het uiteindelijk zullen verliezen. God greep in bij Jezus Christus en wekte hem op uit de dood. Jezus stond op in een vernieuwd, verheerlijkt lichaam. Niet alleen zijn ziel, maar ook zijn lichaam stond op uit de dood (met littekens en al). Een aanwijzing dat dit aardse meegenomen wordt in Gods nieuwe toekomst. ‘Ook de schepping zal bevrijd worden uit de slavernij van de vergankelijkheid van de kinderen van God’.[6] Ze ziet er zelfs reikhalzend naar uit.[7] Naar het grote moment van ingrijpen.

 

Inzet voor herstel

Om weer even terug te komen op het voorbeeld van het landgoed en het landhuis. Stel je voor dat je zou weten dat je geliefde familielid weer terug zou komen. Je weet niet hoe lang het duurt, maar je weet wel dat jouw beheer tijdelijk is. En stel dat je weet dat het familielid de kracht, de macht en de mogelijkheden heeft om alles te herstellen. Als je dat weet – dan ben je toch nog gemotiveerder om het goed te gaan beheren. Je wilt toch niet bij zijn terugkeer moeten zeggen dat je maar niets hebt gedaan of zelfs alleen maar meegewerkt aan het verdere verval?

Daarom, als christenen echt geloven in God de schepper die zijn schepping zal herstellen, dan lopen ze vast vooruit op het herstel van Gods bedoelingen met de schepping. Dan kunnen ze niet anders dan met hun leven laten zien dat ze in God de Schepper geloven. Zo laat de levensstijl van christenen zien of ze echt geloven in God de Schepper die zijn schepping zal herstellen. Action speaks louder than voice, zo geldt ook in deze.

Hoe ziet zo’n leven eruit? Eerst maar eens beginnen met iets wat er niet bij hoort. Er behoort niet toe dat we onszelf hoger aanslaan dan we ons kunnen verantwoorden. Laat me dit concreet maken. Volgens mij is het niet te verantwoorden dat wij in het Westen vele malen meer gebruik maken van olievoorraden, andere fossiele bronnen, grondstoffen, water, voedsel, enzovoort, dan de rest van de wereld. Dat lijkt mij geen eerlijk en verantwoordelijk beheer. Wij zijn toch geen betere, belangrijkere of meer waardevolle mensen dat wij recht hebben op het grootste deel van de taart? Dat gaat lijnrecht in tegen het gebod: ‘gij zult niet stelen’.

Wat ook niet behoort tot zo’n verantwoordelijk beheer is verdergaande vervuiling en beschadiging van de wereld. Met een levensstijl die Gods aarde meer en meer beschadigt, lijkt het me niet dat je God daarmee het respect geeft dat hij verdient. Om dan nog maar te zwijgen of het eerlijk is ten opzichte van volgende generaties.

We komen hier op een lastig punt voor Westerse christenen. Geloven Westerse christenen niet veel meer in ‘dat we moeten hebben wat we willen’ dan in God? Geloven ook westerse christenen niet meer in materiële zaken die ons gelukkig moeten maken (vliegreizen, mobiliteit, kleding, vlees, consumeren, etc.) dan dat God als bron van geluk wordt gezien? Kunnen we daarom zo moeilijk afstand doen van dingen die het milieu beschadigen? Immers dat wat je doet, wat je koopt, wat je consumeert, hoe je in het leven staat, op welke manier je op vakantie gaat – alles heeft met je geloof te maken. Alles heeft met je geloof te maken, omdat alles met de Schepping te maken heeft en met de God van de schepping. Geloven is niet alleen iets voor op zondag, of voor je ziel of voor je gevoel – maar heeft alles te maken met boodschappen doen, werk, vakantie, etc. Het christelijk geloof is daarom een heel praktische godsdienst die misschien het hoofd wel in de hemel (bij God) heeft, maar de voeten nadrukkelijk op de aarde.

Mijn ervaring is dat leven naar de christelijke levensbeschouwing je leven niet tot iets vervelends maakt. Integendeel, het maakt je vrij. Als ik vooral geloof dat het geluk in God is, dan hoef ik niet meer bang te zijn of ik wel genoeg heb, of ik wel voldoende beleef, of dat er maar genoeg naar mij gekeken wordt. Mijn ervaring is dat als je God lief hebt boven alles, je ook de ander kunt lief hebben als jezelf. Zelfs ook de ander in de derde wereld die slachtoffer is van consumptieve levensstijlen elders op de wereld. Het geeft voldoening om niet een mens te zijn die leeft ten koste van anderen, maar dat anderen op jouw kosten kunnen leven. En dat is naar mijn idee de definitie van een betekenisvol leven. Dat je niet ten koste van anderen in ontwikkelingslanden leeft of ten koste van volgende generaties, maar dat anderen op jouw kosten kunnen leven.

Zo wil ik graag leven, ook al lukt het me niet zoals ik graag zou zien. Ik zou het systeem de schuld kunnen geven, dat ik ook meedoe met een consumptiepatroon dat misschien lager is dan het gemiddelde in Nederland, maar nog steeds ver boven het wereldwijde gemiddelde ligt. Ik ben er nog lang niet uit hoe je in onze huidige samenleving zo kunt leven dat je dit ‘landgoed van God’ niet verder beschadigt, maar herstelt. Ik ben er nog niet uit, maar ik vermoed dat ik voorlopig nog wel aan de verkeerde kant van de streep sta. Het is lastig dat wij in een systeem zitten dat niet rekent met de God van de Schepping. Ik weet dat we in een systeem zitten, in een maatschappij waar alles en iedereen met elkaar te maken heeft. Dat maakt het zo ongelooflijk moeilijk. Maar dat ontslaat mij niet van mijn verantwoordelijkheid.

Misschien moeten we daarom weer een oude christelijke notie onder het stof vandaan halen – het idee van collectieve schuld. In onze individualistische tijd hebben we niet zoveel met collectieve schuld. In de bijbel, zeker het Oude Testament is dat anders. Daar worden nog wel eens hele volken verwijten gemaakt en schuldig gesteld. Ook Westerse individualistische christenen vonden dit soort gedachten altijd maar lastig en hebben daarom benadrukt dat mensen een persoonlijke verantwoordelijkheid hebben. Maar op het punt van rentmeesterschap over deze aardbol gaat het eveneens om een collectieve schuld. Wij als Westerse beschaving, wij als Nederlandse samenleving, wij zijn schuldig vanwege ons systeem, vanwege ons collectieve wanbeheer van de schepping. Wij maken deel uit van een schuldig volk. Daarmee ontslaan we ons niet van onze persoonlijke verantwoordelijkheid. In tegendeel. Daarmee verdiepen we het bewustzijn van de verantwoordelijkheid die wij persoonlijk hebben. Het maakt ons nederig.

Gaat een christen zich dan niet voortdurend schuldig voelen? Dat zou kunnen. Ik voel me vaak schuldig als het om deze dingen gaat, maar ik weet niet of dat zo slecht is. Zoals het goed was ten tijde van de slavernij dat christenen zich schuldig begonnen te voelen over de situatie en zich ongemakkelijk begonnen te voelen over het feit dat er slavernij bestond in hun samenleving. Zo denk ik dat wij ons best wat ongemakkelijker en schuldiger zouden mogen voelen over ons omgaan met de schepping die zo vaak ten koste gaat van andere schepselen. Kerken die je een schuldgevoel aanpraten, willen we in onze tijd niet meer. En de kerk heeft in het verleden allerlei mensen om allerlei verkeerde redenen een (latent) schuldgevoel aan weten te praten. Maar van de weeromstuit moet de kerk ook niet het geweten van mensen zomaar gaan dichtsmeren alsof het niet uitmaakt hoe we leven. Het maakt namelijk wel uit.

 

Gaan we het redden?

Maar gaan we het nog wel redden? Ik denk het niet. Net als het verschrikkelijke probleem van armoede is het te groot.

Ik geloof niet in welk verhaal dan ook dat zegt dat wij mensen het kunnen gaan oplossen of dat het op een of andere manier te repareren zal zijn. Ik wantrouw elke politiek, elke organisatie, elk persoon die komt met een mooi verhaal dat het op te lossen is. Het zit niet in betere techniek of een of andere slimme uitvinding. Zelfs als die zou komen, zou het nog niets oplossen. Het probleem ligt bij de mens. Neem bijvoorbeeld de verdeling van voedsel. Er is ruim genoeg voor iedereen, maar we verdelen het niet eerlijk. Logistiek zou het ook geen probleem moeten zijn. Logistieke uitvindingen zijn er genoeg geweest. Blijkbaar zit het probleem dieper. Blijkbaar zijn er krachten en machten die willen dat het niet eerlijk verdeeld wordt. Dat is het punt – de onwil, de slechtheid van de mens.

Hoe kun je dan vast blijven houden aan die hoop van Romeinen 8? Wat zie je in de wereld gebeuren waar je hoop uit kan putten? Nog niet zo veel. In de woorden van Paulus:

In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden.”[8]

Paulus stimuleert om te blijven volharden, om als het ware druppels op de gloeiende plaat te blijven gooien. Ook als je er nog niet veel van ziet, toch maar pogingen blijven doen om dat landgoed te herstellen en te waken voor verdere beschadiging. Christenen halen hier de motivatie uit, omdat ze geloven dat God zal ingrijpen en het herstel zal volbrengen. Iemand van buiten – God – die zal moeten redden. En hij heeft gezegd – de bijbel staat er vol mee – dat hij zal gaan redden. In Jezus Christus zien christenen dat het hem menens is en dat hij alles voor dit herstel over heeft. Hij heeft heel ver willen gaan om deze schepping met zijn schepselen te redden. Hij is er, in Jezus Christus, zelf aan onderdoor gegaan. God is volgens het christelijke geloof, in Jezus Christus, deel gaan uitmaken van de vergankelijkheid, van de zinloosheid, van de verdorvenheid. Hij is kapot gegaan aan het wanbeheer van de mensen. Maar Hij is opgestaan uit de dood. Daarmee heeft hij een groot teken gegeven dat niet alles prijsgegeven wordt aan de vernietiging, maar dat er hoop is. Dat de barensweeën tot nieuw leven zullen leiden.

Zover is het nog niet. Die nieuwe wereld, die herschepping is nog niet te zien. Als we om ons heen kijken verliezen we de moed soms. Maar christenen blijven hopen op God en zijn nieuwe wereld. En tot die tijd – nemen christenen als het goed is hun verantwoordelijkheid en vertrouwen ze erop dat hij eens alles zal herstellen. Door concrete daden laten christenen dan zien dat ze geloven dat de heer van het landgoed en het landhuis eens terug zal komen om alles in orde te maken. Want hij is het uiteindelijke herstel al aan het voorbereiden. En uiteindelijk zal er nog een flinke ingreep plaats moeten vinden om het definitief te herstellen. Maar die ingreep komt er, is de vaste overtuiging van christenen. En daarom geloven zij dat het niet tevergeefs is om je nu al in te zetten voor een betere, mooiere en schonere wereld.

 

[1] Romeinen 12:3

[2] Job 38

[3] Romeinen 8:22

[4] Genesis 1 en 2

[5] Openbaring 21:1

[6] Romeinen 8:21

[7] Romeinen 8:23

[8] Romeinen 8:24 en 25

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.