“Termen als ‘groen’ en ‘schoon’ rechtvaardigen niks. Meestal wordt ermee bedoeld ‘minder-grijs’ en ‘minder vuil’.”

ECOLOGISCH ACTIVISME TUSSEN REFLECTIE EN PRAKTIJK 

Interview met Peter van Gaalen
Door Shivant Jhagroe

Peter van Gaalen is als vrijwilliger actief voor een politieke partij in Rotterdam en liep in de zomer van 2013 mee met een demonstratie tegen het multinationale agro-bedrijf Monsanto (March Against Monsanto). Hij wordt geïnterviewd door Shivant Jhagroe, redacteur van Het Potentieel en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (bij DRIFT, Dutch Research Institute For Transitions). Dit interviewgesprek is onderdeel van zijn promotieonderzoek gericht op stedelijke duurzaamheidstransities, met specifieke aandacht voor de wijze waarop duurzame alternatieven normaal worden in steden als Rotterdam en Den Haag. De interviewtekst is ingeleid en enigszins bewerkt voor Het Potentieel.

 

Inleiding

Ecologische bewegingen zijn hot. In toenemende mate proberen mensen over de hele wereld op een radicaal nieuwe manier vorm te geven aan hun energiehuishouding, stedelijk groen, voedselproductie en economische moraal. Zo ook in Nederland. Het praktische engagement van zulke bewegingen spreekt voor zich, voordbeelden te over. Echter, hoe reflecteren mensen die zich praktisch inzetten voor een meer sociale en groene wereld zelf op hun praktijk? Tijdens mijn onderzoek naar stedelijke duurzaamheidstransities sprak ik onder meer met eco-activist Peter van Gaalen over zijn ideeën en ervaringen met betrekking tot ecologisch activisme. Van Gaalen heeft zich van jongs af aan geïnteresseerd in de natuur. De evolutieleer boeide hem mateloos. Na zijn studie biologie raakte hij steeds meer bewust van de strijd die gevoerd moet worden voor het behoud van de natuur. Van Gaalen heeft een uitgesproken visie en eigenzinnig beeld over onze samenleving en hoe we ons tot de natuurlijke omgeving verhouden. Hij maakt zich vooral druk om het schadelijke geweld dat menselijke systemen produceren in de richting van natuur. In het interview dat ik had met Van Gaalen komt vooral een eco-centrische visie naar voren. Daarin is de natuur niet secundair of ondergeschikt aan de menselijke samenleving (zoals bij het antropcentrisme), maar staat de natuur zelf centraal. Een dergelijk eco-centrisme heeft grote gevolgen voor onze politieke, economische en culturele verhoudingen.

 

Persoonlijk activisme

Je bent betrokken bij allerlei activiteiten. Wat betekent activisme voor jou?

Voor mij zijn er eigenlijk twee soorten verzet: passief en actief. Passief verzet heeft meer te maken met een bepaalde leefstijl, zoals doen aan permacultuur, leven in ecodorpen, veganistische, of ecologische leefstijl. Actief verzet is dat je echt handelt. Dat kan defensief of offensief zijn. Defensief is als je iets verdedigt wat aangevallen wordt. Je reageert. Offensief is dat je niet wacht tot er weer iets aangevallen wordt, maar dat je actief de oorzaken aanpakt. Ik zie veel initiatieven meer als onderdeel van het passieve verzet, maar ik kan me daar nog in vergissen.

Zo ben ik zelf betrokken bij een permacultuurtuin. Dat is een soort zelfgemaakt ecosysteem, met langdurige gewassen, zoals noten en vruchtenbomen en waarbinnen plek is voor mens en dier. Wat er in de tuin staat is ook voor dieren. Wat wij onkruid noemen heeft in veel gevallen een taak als nectarverschaffer voor bijen en andere insecten. De grond wordt niet kaal gemaakt, maar wordt bedekt met een ‘mulch-laag’ die enerzijds het onkruid weghoudt en anderzijds ervoor zorgt dat de grond niet te snel uitdroogt. In de natuur kom je ook vrijwel geen kale grond tegen. Het is erop gericht dat je uit de tuin permanent voedsel kan oogsten. Je wilt onafhankelijk zijn. Het is anders dan een moestuintje, waar je gewoon wat zaait en later de oogst van binnenhaalt. Een permacultuurtuin houdt zichzelf in stand met zo weinig mogelijk onderhoud. Uiteindelijk zelf de geoogste zaden ook weer planten. Dus ja, dat is ook op de lange termijn gericht. Maar in de praktijk is het veel zaaien en uitplanten en volgens wisselcultuur schema’s werken. En dit wordt met een hele groep gedaan waar je maar een onderdeeltje van uitmaakt.

Het idee achter permacultuur gaat er ook vanuit van dat we eigenlijk niet door kunnen gaan met onze huidige westerse manier van consumeren in de consumptiemaatschappij. Lokaal produceren. Ook het geven en ruilen is deel van de onderlinge cultuur. Permacultuur kan je dus zien als een vorm van verzet. Ik denk dat mensen die uit ideologische redenen aan permacultuur doen, al bij voorbaat kritisch zijn naar auto´s en hoe ze wonen. Misschien hebben ze deze zaken nog nodig voor hun werk, want mensen zitten toch wel heel vast in de maatschappij. Je kunt er moeilijk uitstappen. Je moet wel werken. Maar op die manier, zoals aan permacultuur doen, kun je je wel verzetten tegen, of losmaken van, die gevestigde structuren.

 

Je was bij de March Against Monsanto, waarom liep je mee met die demonstratie?

Het gaat mij er vooral om wat de natuur aangedaan wordt, voornamelijk de gifstoffen in de producten van Monstanto. Het gaat slecht met de bijen. Er wordt aangenomen dat dit komt door gifstoffen, zoals insecticiden met neonicotinoiden die ongeveer 5000x sterker zijn dan DDT. Zaden worden behandeld en zo komt de stof in de planten. En insecten, waaronder bijen, komen ermee in aanraking. Werksterbijen raken gedesoriënteerd en kunnen de bijenkast niet meer vinden. De bijensterfte stijgt enorm. Maar er zijn ook andere dieren die gifstoffen binnen krijgen. In het oppervlaktewater van Rotterdam worden neonicotinoiden aangetroffen. Dit met tragische gevolgen voor de grote diversiteit aan ongewervelde dieren in het water. Het is natuurlijk ook de manier waarop bedrijven als Monsanto de natuur willen beheren: met gifstoffen willen ze alles klein krijgen. Ik kan het niet anders zien. Dat is voor mij heel belangrijk. Blijf af van de natuur.

Ook produceert Monsanto ‘Roundup’, een onkruidverdelger (herbicide) waar glycofosfaat in zit. In het verlengde daarvan past Monsanto gewassen, zoals maïs, soja en aardappels, genetisch aan zodat ze resistent zijn tegen Roundup. Dus kan er lekker kwistig met Roundup gespoten worden. Dat levert geld op. Maar de natuur past zich ook aan doordat er onkruiden ontstaan die niet meer vatbaar zijn voor Roundup. Monsanto patenteert die groenten. Dat is onaanvaardbaar! Het patenteren van de genetische opmaak van levensvormen. Als in gewassen van andere boeren die geen Monsanto-zaden hebben gezaaid, gepatenteerd genetisch materiaal aangetroffen wordt, zoals door kruisbestuiving kan gebeuren, dan kan je als boer een rechtszaak aan je broek krijgen. En dan hebben we het nog niet eens over de wurgcontracten waarmee boeren opgezadeld worden. En de verwerpelijke agressieve mentaliteit waarmee lobbyisten ingezet worden om die gentech en patentwetgeving erdoor te drukken. Monsanto verdient geld aan schikkingen, processen en wurgcontracten. Dat gaat gewoon tegen elk rechtvaardigheidsgevoel in. Dat kan gewoon niet. Het maakt niet uit of het bomen, planten of dieren zijn en of het nu door middel van kappen, snoeien, gif of jacht gebeurd, beheer is beheer. Ook het bevoogden, betuttelen en kleineren van mensen hoort bij die beheersmentaliteit.

 

Maatschappij en natuur

Hoe zie je meer algemeen de relatie tussen mens en natuur?

Dat is een relatie van water en vuur. Een overheid, mensen, moeten in mijn visie respect hebben voor de natuur. Een maatschappij zoals die nu in elkaar zit, maakt gebruik van de natuur, exploiteert de natuur om zelf voort te kunnen bestaan. Eigenlijk moet je het zo zien, de mens is geëvolueerd in de natuur. De mens is fysiologisch en anatomisch gezien gewoon een dier. En de mens als dier zijnde leefde gewoon in de natuur, net als de andere dieren. De mens in de niche van jager-verzamelaar. Maar ongeveer 10.000 jaar geleden begonnen er mensen in grotere gemeenschappen te leven. Er ontstonden massamaatschappijen waarin leden elkaar niet meer persoonlijk kenden. Langzaamaan ontstonden er steeds complexere maatschappijvormen. Er ontstonden maatschappijen waarin ook de technologie zich ontwikkelde en wat uiteindelijk geleid heeft tot de industriële revolutie. Grote rijken werden groot door het veroveren en beheersen van landen. Ten tijde van het imperialisme vergrootten ook de Europese landen hun arealen, waardoor de voorraad aan grondstoffen vergroot werd en ze hun cultuur verspreidden.

Het komt erop neer dat de mens een eigen leefomgeving voor zichzelf heeft geschapen, die zo productief is, dat de bevolking explosief kan groeien. De mens doet het goed in haar zelfgemaakte omgeving. Die zelfgemaakte omgeving loopt op natuurproducten en exploiteert de natuur. De laatste paar honderd jaar gaat die ontwikkeling sneller en sneller. En daarmee gaat de vernietiging van de natuur sneller. Het kappen van de wouden, het leeg vissen van de oceanen. De mens heeft zijn oorspronkelijke leefomgeving, de natuur, dus ingeruild voor een nieuwe leefomgeving: de maatschappij. In die nieuwe leefomgeving is hij minder direct afhankelijk van de natuur. Hij ziet de natuur niet meer als waardevol, verliest de band met de natuur en verstevigt de band met de maatschappij. Hij ziet nu de maatschappij als waardevol. Dus die wordt verdedigd door hem en natuur mag opgebruikt worden in zijn ogen. En ook al gaan er een heleboel dieren en plantensoorten voorgoed kapot, dat interesseert de mens niet, want hij denkt niet in zulke termen. Om dit te keren moet de mens zijn eigen plek weer vinden in relatie tot de natuur. En hij moet door zelfreflectie tot een diepe kritiek komen op de huidige maatschappij en daar de consequenties van onder ogen zien.

De ontwikkeling van de maatschappij zelf is op hol geslagen. Ze is als een vrachtwagen met kapotte remmen die van een berg af dendert en waarvan het ritje pas eindigt als ze tegen een rotswand aanbotst. Die ontwikkeling eindigt pas als ze tegen de grenzen van de groei aanbotst. En die komen in zicht. Net zoals elke dierenpopulatie die een exponentiële groei doorgemaakt heeft, uiteindelijk in elkaar klapt zo zal waarschijnlijk ook de mensenpopulatie in elkaar klappen. En als dat gebeurt, is er al zoveel vernietigd. Je hoort duikers die 25 jaar geleden nog de prachtige koraalriffen zagen met een diversiteit aan vissen en die nu in de Rode zee, in het Caribisch gebied en op andere plekken, in dezelfde gebieden gebleekte koralen tegenkomen en veel minder vissen en minder diversiteit. De regenwouden van Afrika, Azië en Zuid- en Midden-Amerika, in de gematigde wouden van Amerika en Rusland en China. De Arctische gebieden. Het is zonde als je pas achteraf denkt “Waar was dit allemaal goed voor?” Dat kunnen we ons toch net zo goed nu al realiseren?

 

En, als je bijvoorbeeld kijkt naar gekweekte tonijn in bassins. Daarmee zorg je toch ook dat de natuur beschermd wordt en niet uitsterft?

Wat bedoel je precies met dat de natuur beschermd wordt? Wat is de achterliggende reden waarom je die tonijn wilt beschermen? Bescherm je haar in het belang van de mens, zodat latere generaties ook nog tonijn kunnen eten, dus om een reden waarin het mensbelang centraal staat? Of bescherm je de tonijn, voor de tonijn op zich, dus om een reden waarin het natuurbelang centraal staat? Dat verschil in uitgangspunt is belangrijk.

In de tweede helft van de 19e eeuw in de Verenigde Staten streden twee mannen tegen de roekeloze ontginning van de bossen: Gifford Pinchot en John Muir. Maar dat deden ze vanuit twee geheel verschillende uitgangspunten. Pinchot hing de markteconomie aan en was voor het behoud op lange termijn van de natuurlijke hulpbronnen, door middel van verantwoord beheer. Voor bossen betekende dit geplande kap en aanplant, zonder de levensvatbaarheid van de bossen op de lange termijn aan te tasten. Duurzaam exploiteren in plaats van roekeloos exploiteren, maar desalniettemin exploiteren. Voor Pinchot had de natuur alleen nut om geëxploiteerd te worden in het belang van de mens, zoals voor commercieel gebruik. Muir was zeer tegen het commercialiseren van de natuur. Hij wilde bijvoorbeeld het Yosemite gebied en de Sierra graag als ongerept land behouden. Muir was erop uit om grootte stukken ongerepte wildernis te beschermen. Toen er beslist werd om de Hetch Hetchy Vallei in te dammen, was Pinchot helemaal voor het afdammen van de vallei en gaf als reden “the highest possible use which could be made of it.” Tot groot ongenoegen van Muir die het ongemoeid wilde laten.

De richting van Muir wordt het preservationisme genoemd. Die van Pinchot wordt resource conservationism genoemd. Muir was nog geen ecocentrist. Een ecocentrist gelooft niet in een harmonieus samengaan van enerzijds afgebakende stukken ongerepte wildernis en anderzijds het voortbestaan van de maatschappij in haar westerse industrialistische kapitalistische vorm. Op vergelijkbare wijze maakt Andrew Dobson onderscheid tussen environmentalisme en ecologisme. Volgens Dobson pleit het environmentalisme voor een bestuurlijke aanpak van milieuproblemen. Ze gelooft dat de problemen opgelost kunnen worden zonder fundamentele wijzigingen in de huidige waarden en patronen van productie en consumptie. Het ecologisme, daarentegen, stelt dat een duurzaam en bevredigend bestaan radicale veranderingen vereist in onze relatie met de niet-menselijke natuur en dus ook in onze sociale manier van leven.

Persoonlijk geloof ik dat de duurzaamheidshype valt onder de definitie van het environmentalisme van Dobson. Het is gebaseerd op het idee dat milieuproblemen op te lossen zijn binnen het kader van de huidige maatschappij. En deze is weer gebaseerd op het marktdenken. Ze lossen het probleem niet op, het is symptoombestrijding. Je hebt hetzelfde probleem met de zogenaamde green economy en blue economy. Ze blijven binnen het kader van het markteconomisch denken, het zijn Pinchot-type oplossingen. Duurzaam exploiteren. Termen als ‘groen’ en ‘schoon’ rechtvaardigen niks. Meestal wordt ermee bedoeld ‘minder-grijs’ en ‘minder vuil’. Zonne-energie is geen groene energie als ze op zonnecellen valt. Ze is pas groene energie als ze op de bladeren van planten en bomen valt. En wat heeft de natuur aan windmolens? Het lijkt me dat zolang de mens nog elektriciteit nodig heeft, er geen sprake is van een gezonde mens-natuur relatie.

Terugkomend op je vraag over het kweken van tonijn in bassins. Die vraag wordt gesteld vanuit het oogpunt van de productie-consumptie maatschappij. De gekweekte tonijn wordt vaak ook gevoerd met vis die elders is gevangen. Het kweken van vis is er op gebaseerd dat je het gaat verhandelen en naar andere landen exporteert. De achterliggende reden van het kweken van vis is mensenbelang. Het is een Pinchot-type oplossing. Het zit helemaal in het patroon van produceren en consumeren. Maar kweken van vis doe je niet. Dat is onnatuurlijk. Ook duurzaam gevangen vis bestaat slechts als een Pinchot-type oplossing. Een duurzaamheidsetiket is hetzelfde als een middeleeuwse aflaat om je zonden af te kopen. Als je echt ecologisch bezig wilt zijn, dan vang je je eigen vis in een natuurlijke biotoop waar je zelf ook deel van uitmaakt, en voor de lokale gemeenschap waar jezelf deel vanuit maakt. En in deze tijd waarin de natuur van alle kanten kapot gemaakt wordt is het eten van vis überhaupt niet verantwoord. Dus als je echt bezorgt bent om de visstand, dan eet je helemaal geen vis en dan laat je de natuur herstellen en wacht je tot de mensheid weer in harmonie gekomen is met de natuur.

 

Lokale gemeenschappen en menselijke welvaart

Lokale gemeenschappen klinken mooi, maar wat moet dan de relatie zijn tussen lokale gemeenschappen onderling, tussen lokale economieën?

Wat lokale economieën betreft, een economie is niet anders dan de huishouding van een groep, of die nu van een dierengemeenschap is of van een mensengemeenschap. In de media wordt de economie vereenzelvigd met de kapitalistische markteconomie, alsof dat de enige mogelijke economie is. Het is de consensus. Maar het kan dus ook de simpele voedselhuishouding betekenen in een apengroep. Hoe de relatie tussen lokale gemeenschappen en lokale economieën onderling wordt weet ik niet. Hopelijk hetzelfde als die bij de diverse inheemse volken onderling bestond. Een klein beetje ruilen van producten. Hopelijk vriendschappelijke betrekkingen. Als er maar niet door handel onderling of machtswellust, uiteindelijk weer een groot rijk of zelfs weer een westerse industriële kapitalistische economie ontstaat. Ideaal zou zijn als er autonome gemeenschappen ontstaan die leven van lokale producten. Geen massaproductie, geen aanslag op de producten van de aarde.

In de natuur zijn ook altijd spanningen zoals hongersnoden, vijandige groepen en ziekten. Dat kan een kleine gemeenschap ook overkomen. Het verschil tussen een kleine gemeenschap met wat er nu ontstaan is, namelijk massamaatschappijen, is dat de massamaatschappij een systeem met emergente eigenschappen is. Het is niet zomaar een hele grote lokale gemeenschap, wat politici je trouwens wel graag willen laten geloven. De massamaatschappij heeft een eigen gedrag ontwikkeld. Net zoals een meercellig organisme niet zomaar een hele grote eencellige is. Nee, een meercellig organisme ontwikkelt ook emergente eigenschappen die niet eerder voorkwamen bij de eencellige organismen. En de industriële kapitalistische variant daarvan maakt al het andere, en met name de natuur, kapot, het vreet alles op. Als een kanker woekert ze door haar moederlichaam, de natuur, om uiteindelijk samen te gronde te gaan.

Hoe de huidige geglobaliseerde maatschappij nu bezig is kan niet altijd doorgaan. Het maakt niet uit of je nu opeens de overstap maakt naar kleine lokale gemeenschappen, waarin we alle luxe achter ons laten en simpel gaan leven, of dat je wacht tot alle grondstoffen op zijn waardoor de complexe maatschappij in elkaar dondert en je alsnog in kleine gemeenschappen komt te leven. Maar in dat laatste geval krijgen de mensen een nog grotere klap te verduren. Als je doet zoals vrijwel alle politici doen, namelijk de kop in het zand steken en denken dat de economie uiteindelijk wel weer aantrekt en we voor altijd op dezelfde manier kunnen blijven leven, dan ben je wel heel dom. Hoe dan ook, ik denk dat de mens zeker wel wat klappen gaat krijgen. De mens komt uiteindelijk goedschiks of kwaadschiks in heel ander gemeenschappen te leven dan nu. Maar het gaat erom of je dat zelf wil inzien.

 

Maar zou het dan erg zijn als de helft van de mensheid het niet red omdat er te weinig voedsel is of bronnen zijn? De komende jaren zal de vraag naar voedsel, vlees en grondstoffen niet dalen..

Het erge daaraan zou zijn dat de mens het in al zijn zogenaamde wijsheid niet heeft kunnen en willen voorkomen. En inderdaad de komende jaren zal de vraag naar voedsel, vlees en grondstoffen niet dalen. De olie is nog niet op, maar de vraag is groter dan er geproduceerd kan worden. De makkelijk te exploiteren olie heeft al in 2004 gepiekt, het vinden van nieuwe olievoorraden heeft in de zestiger jaren van de vorige eeuw gepiekt. De moeilijk te exploiteren olie kost nog extra energie in de vorm van olie om haar te delven. Het wereldwijde transport en productie in fabrieken loopt voor meer dan 90% op olie. Heel de wereldeconomie is sterk afhankelijk van de olie. Geen enkele vorm van duurzame energie kan de olie als brandstof en grondstof vervangen. De huidige economische crisis is veroorzaakt door het niet genoeg kunnen produceren van olie. Sterker nog, de oliekrimp komt eraan. Mogelijk al tussen 2015 en 2020. De economie overleeft alleen als ze blijft groeien. Bij oliekrimp krimpt ook de economie. Grote kans dat de economie wereldwijd als een kaartenhuis in elkaar stort. Politici hoor je niet over deze problemen. Het is niet eens een ecocentrisch probleem, maar een menscentrisch probleem. Politici nemen geen echte maatregelen. Hun geloof dat de markteconomie wel weer zal aantrekken is sterk. De markteconomie is hun religieuze dogma. De markteconomie zal uiteindelijk weer de verlossing brengen. Je moet er alleen in geloven. Fanatieke gevaarlijke markteconomie-fundamentalisten zijn het, navelstaarders.

De grootte van de wereldpopulatie van de mens is niet het directe probleem. De reden waarom de mensenpopulatie zo groot heeft kunnen worden is het probleem. De westerse maatschappij die de gunstige omstandigheden schiepen waardoor de mensenpopulatie uit de klauwen gegroeid is. Dat is het probleem. Die moet ontmanteld worden. Als zomaar de helft van de mensenpopulatie zou sterven, dan groeit ze binnen de kortste keren weer aan. De populatiegrootte zelf is niet het directe probleem, maar de omgeving die de omstandigheden gecreëerd heeft om exponentieel te kunnen groeien is het onderliggende probleem.

Door de welvaart gaan mensen veel meer gebruiken. Als je voor alle mensen op aarde een welvaartsniveau wilt realiseren zoals die in de Verenigde Staten is, dan heb je iets van anderhalf of twee aarde’s nodig. Dus je moet jezelf wel afvragen hoe rechtvaardig het is dat bijvoorbeeld in de VS mensen in zo´n welvaart leven met zo´n energiegebruik, en of dat allemaal nodig is. Vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid willen mensen voor de hele wereldbevolking net zo´n hoge standaard als in Amerika. Maar ze willen niet een lagere welvaartsstandaard zoals die van bijvoorbeeld een land als Kongo of Suriname of Cuba. Nee, ze kijken altijd naar de hogere standaard. Het heeft ook wel te maken met hoe de mens denkt: ze willen alleen maar meer. We zijn opgegroeid met dat het normaal is om dingen te willen. Het wordt aangemoedigd. Als het slecht gaat met de economie, dan moet je geld uitgeven. Maar de economie zit zo in elkaar dat je eigenlijk leent van de toekomst. De rente die op al het geld staat die is er niet. Maar je gaat er vanuit dat de economie groeit en daar moet alles van betaald worden. Dus het is een piramidespel. En zo werkt het. Je bent wel gek als je meedoet aan een piramidespel, maar aan dit piramidespel doen we wel allemaal mee.

 

Hoe zou je duidelijk kunnen maken aan mensen dat het een piramidespel is?

Geen idee. Een piramidespel betaalt nog goed uit als je hoog in de piramide zit. Hoe lager je komt des te moeilijker het wordt om nog uitbetaald te krijgen. De onderste spelers in het piramidespel zijn de dupe. Misschien begrijpt men het rationeel, maar voelen ze het gevaar niet. De mensen om hen heen zijn ook niet in paniek, daarom raken ze zelf ook nog niet in paniek. Dit is een vorm van kuddegedrag. Pas als er meer mensen in paniek raken en het aantal over een kritische grens heen is, dan volgen er meer.

 

Technologie en consumptiemaatschappij

Kunnen technologische oplossingen niet nuttig zijn? Als je er technologisch voor kan zorgen dat auto’s energieneutraal zijn en met duurzame technologie werken, is dat niet nuttig?

Bij het stellen van die vraag ga je al uit van een bepaald probleem. Je wilt bijvoorbeeld blijven reizen, dat zit erachter. Maar, je kan veel groter denken, waarom zullen we nog reizen? Eigenlijk moet je niet meer willen reizen, dat zou al in de richting van een oplossing zijn om de natuur niet uit te laten sterven. Technologische aanpassingen zijn altijd schijnoplossingen. Je laat het huidige markteconomische systeem gewoon bestaan, alleen je loopt tegen dingen aan zoals vervuiling. En om die problemen op te lossen ga je dan betere en energiezuinige auto’s maken. Een oplossing voor wat? Voor de vervuiling die auto’s uitstoten? Dat is een technofix. Je pakt de oorzaak niet aan, van het produceren en consumeren. Je probeert met een technofix slechts de vervuiling op te lossen. Je doet aan symptoombestrijding en niet aan een structurele oplossing, omdat die heel ingrijpend is. Het is een mythe dat je met een technologische oplossing de milieuproblemen aanpakt.

De uitstoot van auto’s is niet het enige milieuprobleem. Om auto’s goedkoop te maken, dus betaalbaar voor de consument, moeten ze massaal geproduceerd worden. Fabrieken en grondstoffen zijn nodig. Om het autorijden aan te moedigen, moeten er wegen aangelegd worden wat ten koste van de natuur gaat. Voor de productie van auto’s zijn ondernemers en arbeidskrachten nodig. Concurrentie tussen de autofabrieken en verschillende landen. Milieunormen voor productie zullen omlaag gaan om een gunstig vestigingsklimaat te scheppen. Dit gaat allemaal ten koste van de natuur. Het productie-consumptie patroon en de markteconomie zijn het structurele problemen.

 

Zie je dat als het grootste probleem?

Nou, een industriële maatschappij is niet houdbaar als je de natuur wilt behouden. Als alternatief heb je eigenlijk alleen lokale gemeenschappen die in harmonie zijn met de natuur, Andere alternatieven heb je eigenlijk niet, omdat die alle in meer of mindere mate de natuur bedreigen.

 

En dan zouden we dus ook eigenlijk af moeten van onze verlangens om dingen te willen?

Ja, je moet een onderscheid maken tussen de wants en de needs. Dus wat heb je nodig en wat wil je eigenlijk hebben om te hebben maar eigenlijk niet nodig hebt. Je moet geen waarde hechten aan materiële zaken, maar waarde hechten aan deugden. Simpel leven, zo min mogelijk technische apparaten. Een wasmachine heb je niet echt nodig, je kan je kleding op de hand wassen.

 

Maar hoe zou je dat bepalen? Iemand die een iPhone heeft, heeft hem nodig, dat is een need. Ook is het niet op de juiste manier geproduceerd. Als iemand zegt “ik heb het nodig om te communiceren met vrienden en familie”. Is dat need of want?

Een iPhone is een want, mensen worden natuurlijk ook beïnvloed door de maatschappij. Door reclame wordt van alles aangewakkerd zodat je dingen wil hebben. En als het zo gecommuniceerd wordt in de maatschappij dat je alleen de mooie dingen te zien krijgt, wil je die ook hebben. Het wordt makkelijker gemaakt om dingen te kopen. Je kan dingen kopen. Dan wordt het vanzelfsprekend dat je alles kan krijgen. Maar vroeger was dat niet zo. Het is natuurlijk een hele ontwikkeling geweest. Vroeger erfde je nog kasten en serviesgoed. Nu denk je, ‘dat is oude troep’, nu koop je nieuwe dingen. De waarden veranderen ook. Alles is vervangbaar geworden.

 

Betekent dat dan ook voor jou dat mensen eigenlijk niet gezellig met hun kinderen naar de McDonalds zouden mogen gaan?

Nou, het is niet slecht iets leuks te willen doen met je gezin. Een film is leuk, lekker eten is leuk. Maar je moet het toch allemaal zien als verweven in deze maatschappij. Het feit dat je films kan maken en het feit dat er zoiets bestaat als fastfood, dat heeft toch allemaal zijn wortels in een consumptie-productie maatschappij. Gelukkig zijn en genieten hangt niet af van materiele zaken.

 

Hoe zou consumptie en productie zodanig moeten worden aangepast, dat het nog wel acceptabel zou zijn?

Dat is heel moeilijk. De mensheid is zo verweven met dit economische systeem, dat als je het stopt dan stuit je op allerlei moeilijke problemen. Kijk bijvoorbeeld naar de wetenschap. Een heersend idee, een paradigma, verandert niet uit zichzelf. Meestal zie je dat er naast het heersende idee een ander paradigma groeit, wat de overhand gaat krijgen. Ik denk dat zoiets ook in de maatschappij zou moet gebeuren. Je moet niet willen de maatschappij zelf te veranderen, maar je moet ondertussen een andere maatschappij of manier van leven opbouwen met de juiste middelen. Parallel aan de maatschappij. En dan moet je hopen dat de kritieke massa voor die andere maatschappij kiest.

Persoonlijk hecht ik waarde aan de natuur en heb geen belang bij de inrichting van een massamaatschappij. Een industrialistische massamaatschappij als leefomgeving voor de mens is onnatuurlijk. De mens is geëvolueerd in de natuur. Belangrijk is dat de westerse mens niet als enige op de aarde leeft. Naast vele andere volken met hun eigen traditionele cultuur heb je legio andere levensvormen zoals planten en dieren die helemaal genetisch aan elkaar aangepast zijn en in complexe relaties met elkaar in verband staan. De waarde hiervan wordt totaal genegeerd door het westerse economische denken.

 

Politiek en neoliberalisme

Als we teruggrijpen op het voorbeeld van Monsanto, is het misschien de hoop dat de grote massa inziet dat het niet kan wat Monsanto doet. Maar wat doe je met mensen die zeggen, “ja Monsanto is gewoon een bedrijf, ze hebben een vergunning gekregen en hebben het recht te patenteren en die zaadjes hebben we nodig om iedereen van voedsel te voorzien”?

Die mensen hangen nog een oud paradigma aan. Daar moet je niet teveel tijd aan besteden. Je moet je meer richten op mensen die verandering willen. Daar moet je energie in steken. Ja, als er uiteindelijk meer mensen een ander paradigma aanhouden, dan heeft dat toch wel invloed op mensen van het oude paradigma. En er is een verschil tussen enerzijds legaal en illegaal en anderzijds rechtvaardig en onrechtvaardig. Het neoliberalisme is eropuit om het bedrijven zo makkelijk mogelijk te maken om te doen wat ze willen. Minder regeltjes, verlagen van de milieunormen, als een wet het bouwen tegenhoudt, dan een noodwetje uitschrijven die het toch mogelijk maakt dat het bedrijf kan bouwen. Onder het mom van legaal gebeuren er veel onrechtvaardige zaken en onder het mom van illegaal wordt er heel wat rechtvaardig handelen gecriminaliseerd. Ik heb niks met of iets legaal of illegaal is. Belangrijk vind ik het om te kijken wat rechtvaardig dan wel onrechtvaardig is. Luister naar je hart!

 

Je hebt het over neoliberalisme, wat versta je daaronder?

Neoliberalen, ik hoop dat ik het goed zeg, zijn niet meer voor een heel vrij marktsysteem, omdat ze geleerd hebben dat dat niet werkt. Maar ze willen toch een soort geleide economie, met een beetje invloed van de staat. Maar ze geloven wel in het idee dat regulering de economie kan helpen, dat is het geloof. Het kan altijd doorgaan, ook al is er een crisis. En de enige oplossing als het mis gaat, is bezuinigen. Eigenlijk kan je dan zien hoe beperkt ze in hun denken zijn, als dat de enige oplossing is die ze aan kunnen bieden. Ze denken niet na over diepgewortelde structuren. Het neoliberalisme is een manier van doen, het is geen oplossing voor iets. Stoppen kan niet, dus we moeten doorgaan.

 

Hoe zou je mensen ervan overtuigen het anders te doen dan het oude paradigma?

Dat is moeilijk, omdat het huidige neoliberale denken in heel de maatschappij doorgedrongen is. Hein-Anton van der Heijden heeft een mooie beschrijving van wat er met de milieubewegingen en met de groene politieke partijen na de jaren 70 is gebeurd. Ze zijn om zo te zeggen ingekakt. Meegezogen in de stroom om te gaan voor kleine successen op korte termijn, ten koste van radicale standpunten. Symptoombestrijding in plaats van structurele veranderingen. Hij noemt dit ecologische modernisering. Milieuproblemen worden wel erkent als structureel, maar de milieubeweging gaat er toch vanuit dat bestaande politieke, economische en maatschappelijke organisaties de zorg voor het milieu op zich kunnen nemen. De milieubeweging verruilde haar oorspronkelijke streven, om alternatieven te vinden voor de industriële samenleving, in voor het zoeken naar alternatieven binnen de industriële samenleving. Voornamelijk het veranderen en moderniseren van het industriële productiesysteem om ze minder milieuonvriendelijk te maken. Hiervoor zochten ze soms actief contact met het bedrijfsleven.

 

Afsluitend

Tot slot, wie is voor jou een inspirerende filosoof of denker?

Ik vindt Rousseau wel interessant, en David Henry Thoreau. Thoreau heeft het boek Walden geschreven (gepubliceerd in 1854). Thoreau behoorde tot een bepaalde denkgroep in Amerika, die eigenlijk ook tegen een heersende opvatting was. Thoreau’s centrale vraag was: wat heeft een mens eigenlijk nodig om te kunnen leven. Hij heeft zich teruggetrokken in een hutje in een bos. En daar heeft hij een jaar gewoond, en later heeft hij zijn ervaringen in een boek opgeschreven. Dat boek heeft voor veel mensen een cultusstatus, zowel voor mensen die persoonlijke vrijheid willen los van de maatschappij, als voor mensen die een ecocentrisch denkbeeld hebben.

 

En wat vindt je inspirerend aan Rousseau?

Rousseau leefde tijdens de Verlichting in Fankrijk en maakte ook deel uit van die beweging. Zijn tijdgenoten Voltaire, Diderot en D’alambert maakten ook deel uit van de Verlichting. In 1750 schreef Rousseau het Vertoog over de Wetenschappen en de Kunsten. Daarin viel hij de Verlichting aan. Hij erkende enerzijds dat de beschaving veel goeds had gebracht, maar dat het niet opwoog tegen de vernietigende uitwerking die ze had. Volgens Rousseau leggen wetenschap en kunst bloemenslingers over de ijzeren ketenen die de mensen gebonden houd. Het gevoel van oorspronkelijke vrijheid gaat verloren. Hij vond dat vooruitgang de mensen vervreemd van primitieve eenvoud. In 1754 schreef Rousseau het Vertoog over de Ongelijkheid, waarin hij als totaal nieuw idee de maatschappij aanwees als datgene waardoor mensen zelfzuchtig en slecht werden. Rijkdom ontstond en moest beschermd worden. De meerderheid van de mensen werd ondergeschikt aan de minderheid. Het kantelpunt was toen het begrip ‘bezit’ ontstond. Rousseau wees dus in de 18e eeuw de maatschappij al aan als het probleem. Hij verheerlijkte de primitieve staat waarin inheemse volken verkeren. In die tijd werd Amerika bezig gekoloniseerd en verhalen over indianen bereikten ook de Fransen.

Rousseau geloofde dat de mens van nature goed was maar door de maatschappij werd gecorrumpeerd. Bij de anderen van de Verlichting, Volaire, Diderot en D’Alambert groeide de afkeer van Rousseau´s ideeën. Diderot schreef aan een vriend dat hij niet om eikels, dennen en holle bomen gaf, maar dat hij liever een rijtuig, een appartement en een geparfumeerd meisje had. Dat kan je zo vertalen naar onze tijd, waarin de mensen liever een auto, een huis en een gezinnetje hebben. In 1762 kwam Rousseau met Het Maatschappelijk Verdrag, dat hij opent met de zin: “De mens wordt vrij geboren, maar hij ligt overal in ketenen.” Ik vind interessant dat Rousseau in wezen zegt dat de gevestigde orde niet te legitimeren is. Rousseau heeft precies die kritiek op de maatschappij die wij op dit moment weer nodig hebben.

 

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.