REDACTIONEEL: Oikos, Nomos, Logos

De Tweede

Voor u ligt de tweede editie van Het Potentieel! De bijdragen in deze uitgave hebben als overkoepelend thema: oikos, nomos, logos. Vrij vertaald betekent dit: het huis of huishouden (oikos), wet of gerechtigheid (nomos), woord of redenering (logos). Combinaties van deze Griekse begrippen spelen een belangrijke rol in onze geschiedenis (denk aan ‘economie’ en ‘ecologie’). Hoe we ‘de economie’ moeten inrichten en hoe we ons gebruik van ‘de natuur’ moeten structureren is allerminst vanzelfsprekend.

Het doel van Het Potentieel is om verdieping te bieden in de dialoog tussen mensen die in theorie en praktijk werken aan een betere wereld. Uiteindelijk ook om die praktijk te versterken met inspiratie en grond (onderbouwing). Met het thema Oikos, Nomos, Logos wil de redactie van Het Potentieel bijdragen bundelen die een kritisch licht werpen op de relatie tussen de mens en zijn omgeving en de manier waarop deze relatie praktisch, economisch en ideologisch wordt vormgegeven. Het doel is om de geest te prikkelen en uit te dagen verschillende alternatieven te overwegen waarop we de economie en het gebruik van de ons omringende ecosystemen kunnen inrichten.

 

De Inhoud

Allereerst zijn we verheugd met de lezersbrief van Ferdy Karto met een verzoek om toelichting in reactie op het artikel ‘Gandhi en de Crisis’ van Rutger Henneman in onze eerste editie. Zowel de lezersbrief als de reactie van onze hoofdredacteur zijn opgenomen in deze editie. De redactie wil Karto dan ook danken voor zijn betrokkenheid en prikkelende behoefte aan verdieping.

Deze editie begint met een bijdrage van Aetzel Griffioen, hoofdontwikkelaar en docent bij Rotterdam Vakmanstad. Als filosoof onderzoekt Griffioen gemeenschappelijke welvaart, duurzaamheid en ecosofie. Met name van zijn werk over ‘de Meent’ hoopt de redactie in toekomstige edities nog kopij te kunnen publiceren. In het artikel ‘Wat betekent Oikofobie?’ wordt het conservatieve denken van schrijver en opiniemaker Thierry Baudet en zijn leermeester Roger Scruton over ‘de omgeving’ geproblematiseerd. Terwijl Baudet stelt dat we vaak bang zijn voor het eigene in de omgeving, een ‘aandoening’ waarvoor Baudet de term oikofobie als scheldwoord hanteert, vraagt Griffioen zich af wat dit ‘eigene’ dat dient te worden beschermd dan precies inhoudt. Griffioen ontleedt het denken van Baudet en Scruton aan de hand van het begrip oikofobie en ontmaskert het in zijn ogen verouderde modernistische maatschappijbeeld van Baudet en Scruton als doordrongen van ecologische paranoia. Hij hekelt de onderwaardering en ontkenning van de omgeving in dit conservatieve project, en stelt hier een meer democratisch begrip van ecologie tegenover.

Bas de Groot, oprichter van het eerste commerciële stadslandbouwbedrijf in Nederland, is een sterk voorbeeld van iemand die in de praktijk werkt aan een betere wereld, maar dat vooral ook doet vanuit een gegronde visie. In een interview reflecteert hij op zijn ervaringen met de stadslandbouwbeweging. Hij doet dat vanuit een levensvisie geïnspireerd door Max Stirner en Rudolf Steiner. Het resultaat is een bijzonder verhaal over zijn passie voor het ondernemerschap. Daarin verweeft de Groot stadslandbouw als middel voor een gezonde mensheid met gedachtes over eigenwaarde en een verbond van egoïsten, om daarmee te komen tot een kritisch pleidooi voor meer aandacht voor economie in  stadslandbouwinitiatieven.

Femke Wijdekop, onderzoeker voor het Institute for Environmental Security, en actief voor de End Ecocide on Earth-campagne, richt de aandacht op de institutionele (rechts)orde. Aan de hand van praktijkvoorbeelden zoals onder andere de recente Nederlandse klimaatzaak van Urgenda tegen de staat, verkent Wijdekop drie juridische uitwerkingen van het ecocentrisme. Ten eerste de Wild Law movement waarin men planten, dieren, rivieren en ecosystemen rechten wil geven. Daarnaast gaat Wijdekop in op de campagne van Polly Higgins om ecocide strafbaar te stellen als vijfde misdaad tegen de vrede. En als laatste onderzoekt ze mogelijkheden om vanuit intergenerationele rechtvaardigheid, rechtszaken aan te spannen uit naam van toekomstige generaties. Wijdekop, die zelf als juridisch expert betrokken is bij de klimaatzaak in Nederland, ziet deze ontwikkelingen als juridische uitwerkingen van een meer holistisch en relationeel wereldbeeld, waarin ook de Aarde zelf drager is van rechten.

Rutger Henneman geeft een reactie op de lezersbrief van Ferdy Karto. Voortbouwend op zijn verhandeling in de eerste editie van Het Potentieel gaat hij in op twee van de drie door Karto gestelde verdiepingsvragen: Wat kunnen we concreet doen om exclusief eigendom als institutioneel fundament van onze economie te vervangen door een relatie tussen mens, gemeenschap en aarde, die uitgaat van rentmeesterschap, inclusiviteit en behoefte? En hoe kunnen we een sociale beweging inrichten, zodat er een spirituele omslag plaats vindt die volgens Henneman nodig is voor een dergelijke institutionele verandering? Zo pleit hij voor een democratisering van de economie en een vergaande landhervorming. Bij het ontwerp van sociale bewegingen zou volgens Henneman meer aandacht moeten zijn voor ‘vormen van spiritueel activisme’, voor ‘utopische ruimtes’ en een ‘massa-metanoia’.

De bijdrage van Derk Loorbach gaat in op het sturingsvraagstuk rondom de urgente en complexe ecologische- en maatschappelijke problemen die zich in een geglobaliseerde wereld aandienen. Loorbach, sinds 2014 hoogleraar socio-economische transities, pleit voor een ‘Nieuwe Transformatie’: een nu al zichtbare maatschappelijke omwenteling die deze problemen het hoofd zou kunnen bieden. Volgens Loorbach zijn we getuige van destabilisering van de nu nog dominante cultuur, structuren en werkwijzen die het product zijn van de industriële revolutie en stelt dat de economische transformatie die nu plaatsvindt gepaard moet gaan met een radicale herziening van overheidssturing. In plaats van traditionele overheidsinterventies (wetgeving of financiële prikkels), zouden gedecentraliseerde sturingsprakijken (de ‘sturingspanarchie’) beter passen bij de complexiteit van huidige economische, sociale en ecologische problemen.

Ook in deze editie zijn weer twee ‘Speldenprikken’ opgenomen die als doel hebben een knuppel in het hoenderhok te gooien; door één probleem of onderwerp op de kaart te zetten. Shivant Jhagroe doet dat met betrekking tot probleemdifferentiatie. En Tuur Ghys met een satirische uithaal naar hip woordgebruik dat het deficit in effectieve armoedebestrijding moet maskeren. Deze speldenprikken zijn op zichzelf de moeite waard, maar nog mooier is het als ze aanleiding zijn voor nieuwe bijdragen.    

Tot slot bespreekt Tuur Ghys, in de vaste rubriek ‘De Klassieker’, het boek Redeemers van Enrique Krauze, over prominente Latijns-Amerikaanse intellectuelen en ideologische leiders en de invloed van hun ideeën op de Latijns-Amerikaanse geschiedenis.

De Redactie

Rutger Henneman, Hoofdredacteur
Jos Hoevenaars, Eindredacteur
Shivant Jhagroe
Tuur Ghys

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.