“Er is knallend vuurwerk nodig om de geest van apathie te verdrijven, om ons wakker te schudden uit onze innerlijke dood en om ons te doen opleven.”

Wat staat ons te doen?

Naar een Economie van Rentmeesterschap, een Geïntegreerde Sociale Beweging en Methodes van Spiritueel Activisme

Rutger Henneman

Rutger Henneman (1981) is cultureel antropoloog en stadsboer. Hij studeerde Internationale Ontwikkelingsstudies in Wageningen. Hij deed onafhankelijk onderzoek naar de religieuze en spirituele wortels van de moderne Schotse landhervorming. Als zelfstandig ondernemer begeleidt hij enkele buurtmoestuinen in Rotterdam. Ook is hij voorzitter van Stichting Vredestuin die de Gandhituin beheert en de Vredestuin in Rotterdam. Daarnaast is hij hoofdredacteur van Het Potentieel.
Voor meer informatie:
www.rutgerhenneman.com, www.vredestuin.org, www.gandhituin.org, www.wilgenplantsoen.com, rutgerhenneman@gmail.com

Inleiding

Een onvoorwaardelijk basisinkomen,[1] andere soorten geld,[2] een deeleconomie, een lokale economie, een 21-urige werkweek, belasting op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen[3] of op kapitaal; dit zijn een aantal concrete veranderingen die aan populariteit winnen binnen sociale en ecologische bewegingen van dit moment. Dit zijn allemaal hervormingen die onze huidige economie goed zouden kunnen bijschaven en wat duurzamer en rechtvaardiger kunnen maken. Maar we moeten geen genoegen nemen met het bijschaven van onze economie. In ‘Gandhi en de Crisis’ in de vorige editie van Het Potentieel heb ik een hervorming op de agenda proberen te zetten die meer doet dan bijschaven: het vervangen van exclusief eigendom over middelen van bestaan door ‘rentmeesterschap’ als fundament van onze economie.[4]

Waar eigendom een eeuw geleden in het middelpunt van debat stond over de fundamentele inrichting van onze samenleving, lijkt het nu taboe om een verandering in eigendomsregime na te streven. Het wordt tijd om dat taboe te doorbreken. Armoede en ecologische destructie kunnen niet bestreden worden binnen een kapitalistische economie. Zolang we onze middelen van bestaan in exclusief (uitsluitend) eigendom hebben, zijn geweld, onderdrukking, armoede en ecologische destructie structureel onderdeel van ons leven. Hoezeer we ook ons best doen om de schade van dat primaire geweld in tweede instantie te herstellen en bij te schaven! We hoeven de vrije markt in goederen, producten en geld niet bij te schaven wanneer we middelen van bestaan (zoals land, natuurlijke hulpbronnen en maatschappelijke productiemiddelen als fabrieken en kennis) uit die markt halen en op een inclusieve manier verdelen.

In zijn lezersbrief vraagt Ferdy Karto of ik concreter zou willen uitwerken hoe ik het voor me zie dat exclusief eigendom wordt afgeschaft en dat we een andere relatie met de aarde en onze medemens gaan institutionaliseren. Daar ga ik in dit artikel op in. Ik zal ook ingaan op zijn vraag of ik concreet wil uitwerken hoe ik de spirituele omslag voor me zie, die volgens mijn analyse nodig is om een economie van rentmeesterschap te ontwikkelen. Want in ‘Gandhi en de Crisis’ heb ik proberen te onderbouwen dat exclusief eigendom en ook rentmeesterschap manieren zijn waarop we ons in ons dagelijks leven innerlijk verbinden met onze medemens en de aarde: in uitsluiting en hebzucht, of in liefde en zelfonteigening. En dat hangt dus ook af van onze ‘spiritualiteit’: de manier waarop we in ons dagelijks leven streven naar vervulling. Zoeken we vervulling in egoïsme, in eigenbelang, en materiële welvaart of in dienstbaarheid en eenvoud?

Geen vraag is concreter dan wat we kunnen doen om die veranderingen in gang te zetten. Wat staat ons te doen om een economie van rentmeesterschap te ontwikkelen? En wat staat ons te doen om te werken aan een ‘spirituele omslag’? Dat zijn vragen die ik wil beantwoorden in dit artikel. Zo zal ik pleiten voor een democratisering van de economie door de werknemerscoöperatie als enige bedrijfsvorm toe te staan. Nog belangrijker is het doorvoeren van een landhervorming waardoor niemand uitgesloten wordt van land en waardoor landgebruik voor het produceren van basisbehoeften voorrang krijgt boven gebruik voor luxe-doeleinden.

Daarnaast gaat de vraag wat we kunnen doen, ook over de strategie en methodes van ecologische en sociale bewegingen. Ik zal me gaan buigen over wat er allemaal komt kijken bij het inrichten van een sociale beweging (‘anatomie’), en ook over methodes van ‘spiritueel activisme’[5] (maatschappelijk handelen gericht op ‘het hart’ of ‘ziel’). Zo pleit ik voor het ontwikkelen van ‘utopische ruimtes’ en een ‘dialoog in actie’ en geloof ik dat er in de toekomst een periode van massa-metanoia nodig is om tot fundamentele maatschappelijke hervormingen te komen.

 

Rentmeesterschap versus Exclusief Eigendom

Om toe te werken naar concrete hervormingsvoorstellen is het belangrijk eerst nog even te kijken wat rentmeesterschap is, hoe het verschilt van exclusief eigendom en welke economische basisprincipes eraan verbonden zijn. Rentmeesterschap onderscheidt zich op de volgende aspecten van exclusief eigendom:

  1. Rentmeesterschap is een ‘staat van zijn’ of een deugd, in plaats van een rationeel principe. De grondleggers van moderne ideologieën (neo-liberalisme, socialisme, anarchisme) komen tot conclusies over eigendom op basis van principes zoals vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en mensenrechten. Kort door de bocht: neo-liberalen vinden dat individueel exclusief eigendom het meest vrijheid geeft, terwijl socialisten vinden dat vrijheid het best gewaarborgd wordt door een vorm van gemeenschappelijk eigendom. Bij economische theorieën die voortkomen uit spirituele tradities (bijvoorbeeld binnen het Jodendom, Christendom, Islam, Hindoeïsme, Boeddhisme, Taoïsme en verschillende originele volks- of natuurgodsdiensten) ligt dat anders. Daar draait alles om het realiseren van de vervulling van ons bestaan (verlichting, verlossing, bevrijding). Dus vaak moet volgens deze tradities ook de inrichting van de economie voortkomen uit het streven naar een vervuld leven en samenleven. Zo vinden we volgens de meeste van deze tradities verlossing in zelfloze liefde (waarvan de realisatie volgens de ene stroming ons eigen werk is en volgens de andere het werk van Gods genade). Die liefde is het middelpunt tussen andere deugden zoals vrijgevigheid, nederigheid, moed, compassie. Deze deugden worden vervolgens vertaald naar economisch gedachtegoed.
  2. Waar moderne ideologieën uitgaan van rechten die je vaak bij je geboorte al hebt (zoals natuurrechten, universele rechten, mensenrechten) en verdiensten, gaan de spirituele tradities uit van de kleinheid of nederigheid van de mens en van zelfonteigening. Het denken in termen van rechten en verdiensten is terug te vinden in alle moderne ideologieën van het liberalisme tot het socialisme en anarchisme. Zo vindt een moderne denker als Locke dat je eigendom over land verdient als je er werk in stopt om het vruchtbaar te maken.[6] De (moderne) anarchist Proudhon stelt daar tegenover dat je ‘dus’ als arbeider gemeenschappelijke eigendomsrechten verdient over de fabriek waarin je werkt, omdat je met een groep je arbeid ‘mengt’ met de fabriek en de fabriek een product is van je gemeenschappelijke arbeid.[7]
    Spirituele tradities staan tegenover deze hele familie van moderne ideologieën omdat zij het claimen van eigendom over land en andere natuurlijke hulpbronnen überhaupt zien als grootheidswaan waar zij zich nadrukkelijk tegen verzetten. Zij stellen dat wij helemaal geen verdienste kunnen claimen ten opzichte van de werkelijkheid (het bestaan en dus ontstaan) van de aarde. En dus kunnen we er ook geen eigenaarsrecht over claimen. Als er al een eigenaar is van de aarde, dan gaat die eigenaar ons menselijk bestaan te boven. ‘Des Heren is de aarde en haar volheid.’ (Psalm 24)
    Die traditionele beleving van onze kleinheid en onteigening is ook nodig om zelfloze liefde vrij te maken. Iets wat je wil bezitten als exclusief eigendom verliest haar schoonheid en heiligheid. Je maakt het tot een minderwaardig object, een handelswaar. Daarnaast krijgt dat object ook macht over jou. Jij wordt slaaf van het object dat je als exclusief eigendom begeert. Als het kapot gaat of als je het verliest, dan lijd je. De moderne mens die de wereld ziet met een bril van exclusief eigendom leeft op die manier als een slaaf in een ontheiligde en onbezielde wereld. Alleen als je een stap terug doet en jezelf onteigent, maak je je bestaan vrij voor de liefde die je leven vervult. Dan herken je de wereld als een wereld vol onverdiende gunsten, vol schoonheid, eigen waarde, vol kleur, kracht en leven. Dan kun je oprecht bewonderen en aanbidden. En tegelijk ben je bevrijd van de innerlijke slavernij van hebzucht.
  3. Economische theorieën die voortkomen uit een spiritualiteit van zelfgevende liefde en rentmeesterschap gaan altijd uit van inclusiviteit en behoeftebevrediging als basisprincipes van de economie. De aarde is aan ons allen gegeven (of dit nou is door de geschiedenis van het heelal of door God) en niet aan een enkeling of een klein groepje bevoorrechten. Ik leen de term inclusief eigendom (inclusive property) van MacPherson.[8] Exclusief eigendom is het recht een ander uit te sluiten. Inclusief eigendom is dan het recht ingesloten te worden in het gebruik van land en andere middelen van bestaan.
    Uitsluiting gaat altijd gepaard met hebzucht. Inclusiviteit is dus ook onmogelijk zonder dat je prioriteit stelt bij het bevredigen van behoeften in plaats van hebzucht. Ook de spirituele tradities gaan ervan uit dat de aarde aan ons allen is gegeven om te voorzien in onze behoeften. Uitsluiting gaat hand in hand met hebzucht. Als je alleen dat neemt wat je echt nodig hebt om te leven, is er genoeg voor iedereen en sluit je niemand uit. Je sluit pas mensen uit als je meer neemt dan je nodig hebt.

Hiermee kom ik tot twee basisprincipes die centraal staan bij een verdere uitwerking van concrete hervormingsvoorstellen:

  1. Inclusiviteit: niemand mag uitgesloten worden van de beschikking over land en andere middelen van bestaan.
  2. Eenvoud: elk gebruik van middelen van bestaan gericht op het bevredigen van basisbehoeften heeft voorrang op elk gebruik voor luxe consumptie.

 

Democratisering van het bedrijfsleven

Wat zouden we moeten doen om een dergelijke economie van inclusiviteit en eenvoud te institutionaliseren? In algemene zin mag niemand uitgesloten worden van de middelen van bestaan waar hij of zij van afhankelijk is voor zijn of haar levensonderhoud. Dat zou je kunnen organiseren door iedereen het recht te geven ingesloten te worden in de beschikking over de middelen waar je van afhankelijk bent. Iemand die zijn dagelijks inkomen verdient door te werken in een fabriek moet ingesloten worden in de beschikking over de fabriek. Iemand die achter de kassa werkt bij een grote supermarkt, moet het recht krijgen mee te beschikken over de supermarkt. In andere woorden: het bedrijfsleven moet volledig worden gedemocratiseerd. Het bestuur van een bedrijf moet democratisch gekozen worden door de mensen die er werken.[9] Die democratisering moet wettelijk afgedwongen worden.

Je zou kunnen zeggen dat iedere werknemer automatisch mede-eigenaar wordt van het bedrijf. Maar eigenlijk schaf je hiermee exclusief eigendom helemaal af. Als je namelijk als werknemers eigenaar zou zijn, dan zou het ook mogelijk zijn om het bedrijf te verkopen. In principe is het nu mogelijk als werknemers-coöperatie binnen de economie van exclusief eigendom om het bedrijf te verkopen en je vervolgens in loondienst aan te bieden zonder mede-eigenaar te blijven. Maar dat is onmogelijk als het bedrijfsleven bij wet altijd democratisch georganiseerd moet zijn. Het verkopen van een bedrijf wordt onmogelijk. Geen persoon of groep personen zal een bedrijf kopen waarover je een gelijke zeggenschap hebt met alle andere personen die er werken. In feite haal je op deze manier dus de middelen van een bestaan uit de markt. Bedrijven blijven produceren voor de markt. Er blijft dus een vrije markt bestaan in alle goederen die geproduceerd worden. Maar er zal geen markt meer bestaan voor middelen van een bestaan.

 

Landhervorming

Een democratisering van het bedrijfsleven is een grote stap richting een meer inclusieve economie. Maar nog fundamenteler is het organiseren van een inclusieve beschikking over land. En daarmee bedoel ik alle natuurlijke hulpbronnen. Niemand mag uitgesloten worden van land om te kunnen voorzien in de basisbehoeften van het leven. Wat houdt dat in? Mensen moeten ingesloten worden in de individuele en gemeenschappelijke besluitvormingsorganen die beslissen over het land waarop en waarvan ze afhankelijk zijn om in hun levensbehoeften te voorzien. Er zijn twee maatregelen nodig om dat voor elkaar te krijgen:

  1. De verdeling en herverdeling van rechten over land zou uiteindelijk bij een democratische lokale gemeenschap moeten liggen. Het laatste woord over onderlinge rechten en plichten moet niet liggen bij een toevallig contract tussen twee individuen, maar bij de wil van de lokale gemeenschap. Op die manier is iedereen ingesloten in de beschikking over land. Iedereen heeft een gelijke stem in de verdeling en herverdeling van land. Als je als individu land toegewezen krijgt, heb je dus een voorwaardelijk en tijdelijk gebruiksrecht in plaats van een absoluut exclusief eigendomsrecht.
  2. De gemeenschap moet gebonden zijn aan procedures die ervoor zorgen dat bij het verdelen en herverdelen van land voorrang is voor gebruik dat voorziet in basisbehoeften. Elk individu moet dus ook als individu het recht hebben een stuk land te kunnen gebruiken om te voorzien in basisbehoeften (op het moment dat hij of zij dat wil). Anders kan de gemeenschap alsnog minderheden uitsluiten. Dat recht op land voor zelfvoorziening heeft prioriteit boven elke andere overweging om land aan individuen toe te wijzen. Ook in het toewijzen van land aan bedrijven moeten dergelijke afwegingen een rol spelen. Bedrijven die voedsel produceren, of kleding, of materialen voor de bouw van huizen hebben voorrang boven andere bedrijven. Vervuilende en onethische bedrijven die direct leed veroorzaken aan mensen en dieren zouden überhaupt geen recht moeten hebben om land te kunnen gebruiken.


Een Nieuwe Economie

Als we het fundament van onze economie moeten veranderen, zal er veel meer hervormd worden dan dat ik hierboven heb samengevat. Door ruimtegebrek kan ik niet meer doen dan een paar belangrijke punten ‘aanraken’. De belangrijkste verandering is dat we met deze maatregelen land, natuurlijke hulpbronnen en bedrijven (en ik zou ook pleiten voor huizen) uit de markt halen. De markteconomie wordt niet afgeschaft. Er is niks mis met een vrijhandel in goederen, maar wel met een vrijhandel in de middelen van een bestaan.

Gaat onze welvaart achteruit? Ja, dat is onvermijdelijk.[10] Door stap voor stap land in Nederland minder te gaan gebruiken voor de productie van luxegoederen, zetten we stappen richting een samenleving die in verhouding meer gericht is op de productie van basisgoederen zoals bouwmaterialen en kleding. En in verhouding zal de economie ook meer agrarisch worden. Dat is een goede zaak, geen achteruitgang! Door onze welvaart zijn wij dagelijks schuldig aan de ellende van mensen die in de sloppenwijken van de wereld wonen. Die materiële stap die we terug moeten zetten is een grote stap vooruit, uit de modder van onze huidige barbaars-gewelddadige samenleving richting een werkelijke ‘beschaving’.

De maatregelen nemen bovendien een middel weg waarmee rijken rijker worden ten koste van de armen. Doordat er in het kapitalisme een markt is voor land en middelen van bestaan, hebben zij een waarde. Die waarde wordt doorgerekend in het product van het land: oftewel alle tastbare producten. Dat deel van de waarde van een product komt terecht bij (wordt ‘afgeroomd’ door) de eigenaren. In alles wat wij kopen betalen we een deel aan eigenaren voor hun eigendom (niet voor hun werk). Dit proces is door Henry George beschreven als een van de redenen waarom bij een groeiende welvaart de armoede ook altijd moet groeien.[11]

Dit alles heeft ook consequenties voor ons geldsysteem en bancaire stelsel. Dat is namelijk groot geworden doordat land vrij kwam voor de markt. Daardoor ontstond er iets van grote waarde wat als onderpand kon dienen voor leningen en ‘dus’ economische activiteit. Stelselmatig heeft de Wereldbank en het IMF land vrij proberen te maken voor de markt om de economie zogenaamd te stimuleren. Maar dat is juist een schandalige politiek die we terug moeten draaien! Want door die schulden worden kleine boeren onteigend en hebben rijken een middel gekregen om nog rijker te worden ten koste van de armen. Want tegelijk met het onteigenen van kleine boeren kunnen grote bedrijven geld lenen om dat land op te kopen. Land en gebouwen weghalen uit de markt kan wel eens de oplossing zijn voor veel van onze bancaire problemen van vandaag de dag, met het probleem van ongebreidelde geldcreatie voorop.[12]

 

Praktijk en Reflectie

Het is belangrijk om aan de hand van economische theorieën goed na te denken over hervormingen en mogelijke gevolgen. Maar uiteindelijk moeten hervormingen getoetst worden aan de praktijk. Zo zijn er veel ervaringen met werknemerscoöperaties, zelfs ook met zeer grote, die succesvol zijn op de wereldmarkt.[13] En de commons-literatuur biedt een enorme bron aan wetenschappelijk onderzoek over de praktijk van gemeenschappen met een diversiteit aan verschillende ‘eigendomsregimes’.[14] De ervaringen van Schotse boerendorpen met de moderne landhervormingswet (2003), kunnen ook een bron van praktijkkennis opleveren over organisatiemechanismes waarin de gemeenschap de uiteindelijke eigenaar is en individuen land pachten van de eigen gemeenschap.[15]

Maar gronding in de praktijk hoeft niet te betekenen dat je altijd moet doen wat al gedaan is. Je moet ook nieuwe stappen durven te zetten op basis van praktische verbeelding. Dat kan radicaal op kleine schaal in ‘utopische ruimtes’ maar het kan ook in kleine stappen op grote schaal. Beide wegen zullen verderop in dit artikel aanbod komen als ik de anatomie van een sociale beweging in kaart probeer te brengen. Maar in beide gevallen zet je kleine stappen waardoor je ruimte hebt om te leren van praktijkervaring zonder de economie direct grootschalig te ontwrichten. Van kleine stappen kan je de gevolgen monitoren, en de praktijk op tijd bijschaven op basis van dat onderzoek en reflectie.

 

Een Sociale Beweging is ook een Spirituele Beweging 

Ik heb nu concreter uitgewerkt wat voor institutionele veranderingen er nodig zijn om exclusief eigendom te vervangen door rentmeesterschap als fundament van onze economie. Maar wat moeten wij als sociale en ecologische beweging doen om ervoor te zorgen dat dergelijke institutionele veranderingen zullen plaatvinden? Wat is de beste strategie en welke methodes passen we toe?[16]

Mensen die in de praktijk werken aan een betere wereld zouden vaker een grondige studie moeten doen naar hoe je een sociale beweging kan vormgeven. Vaak doen we maar wat. Er zijn mensen die het één doen, en mensen die het ander doen; mensen die weten hoe ze een lobby op poten moeten zetten; of juist mensen die zich richten op manieren om heel praktisch het roer om te gooien. Meestal mist er een geïntegreerd totaalbeeld van alle elementen die samen moeten komen voor een succesvolle sociale beweging. Ik zal hieronder een ruwe schets geven van een dergelijk totaalbeeld. Maar daarvoor is het eerst belangrijk om stil te staan bij de essentie van wat een sociale beweging moet doen: dat waar alle verschillende aspecten van een sociale beweging uit voortvloeien en dat wat dus eenheid en samenhang geeft aan een sociale beweging.

Maatschappelijke initiatieven richten zich vaak alleen maar op de maatregelen, de wetswijzigingen en institutionele veranderingen die zij door willen voeren. Maar het is essentieel voor een sociale beweging om je te richten op de geest waar die wetten en maatregelen uit voortkomen. De wereld wordt de afgelopen eeuwen niet voor niks bepaald door exclusief eigendom. Exclusief eigendom past namelijk volledig bij de manier hoe we ons dagelijks voelen, onze dagelijkse ‘staat van zijn’, onze hebzucht, angst, egoïsme en materialisme. En het past bij hoe we ons innerlijk verbinden met onze medemens en de aarde. En het past bij hoe we dagelijks verwikkeld zijn in allerlei manieren om ons leven te vervullen: onze ‘spiritualiteit’. We gaan exclusief eigendom niet democratisch vervangen als we ons niet hebben bevrijd van de geest van exclusief eigendom.

Een sociale beweging moet werken aan een ‘cultureel-spirituele omslag’. En dat heeft consequenties voor de inrichting, de strategie en methodes waar een sociale beweging zich van bedient. We zullen in het totaalontwerp en in afzonderlijke methodes, manieren moeten ontwikkelen van ‘spiritueel activisme’. Wat is dat? In algemene termen betekent spiritueel activisme dat je vanuit het hart het hart of ziel van de rest van de bevolking weet te raken. Dat heeft twee consequenties:

  1. Woorden en daden zijn bij spiritueel activisme onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je brengt niks over op de ziel van de ander als je niet leeft wat je preekt. Of in de woorden van Gandhi: ‘Be the change you want to see in the world’. Maar ook het tegenovergestelde is waar: je handelen is pas door anderen te interpreteren als een uiting van een andere economie en een andere ‘spiritualiteit’ als je ook uitlegt wat je doet en waarom je dat doet.
  2. Spiritueel activisme heeft altijd een kritische en een opbouwende kant die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het is nodig een geest van geweld (kwaad) te benoemen, ontmaskeren en ‘uit te drijven’.[17] En dat gebeurt door het koesteren en doorleven van een geest van liefde.

 

Anatomie van een Sociale Beweging

Het zal verder duidelijk worden wat spiritueel activisme in de praktijk kan betekenen als we een geïntegreerd totaalbeeld schetsen van een sociale beweging. Hieronder zet ik de elementen op een rij die in samenhang onmisbaar zijn voor een succesvolle sociale beweging.

  1. Hervorm je Eigen Bestaan

Een simpele misvatting is dat wij ons leven wel veranderen als we maar goede voorlichting krijgen over de oorzaken van armoede en problemen als klimaatverandering. Maar niet alleen de ratio moet overtuigd worden dat het anders moet, ook ons gevoel. We moeten in heel ons wezen voelen dat een andere manier van leven mogelijk is en goed is. En dat kan alleen door met die andere manier van leven in aanraking te komen, mensen te zien en te spreken die een andere manier van leven in de praktijk brengen, een tijdje meedoen en het zelf uitproberen. Woorden moeten daarom samengaan met daden, met het omvormen van ons eigen leven. Dat is de eerste stap op weg naar een effectieve sociale beweging.

We zullen ons leven in haar volledigheid anders in moeten richten: al onze dagelijkse patronen van denken, voelen en doen. Ten eerste is er persoonlijk innerlijk werk nodig. We zullen eerst bij onszelf de geest van apathie moeten uitdrijven en het vuur en de levenskracht van liefde bevrijden. We zullen een leven van onthouding moeten aannemen om onze medemens niet meer uit te sluiten. Dat waar we over beschikken dienen we te zien als in ons beheer in plaats van in ons eigendom. En we dienen dat te beheren om te voorzien in de behoeften van iedereen, in plaats van in dienst van onze begeerte.

  1. Utopische Ruimte

Als we ons eigen leven opnieuw hebben vormgegeven kunnen we dat pure leven naar een hoger niveau tillen door plekken te ontwikkelen waar ook het gemeenschappelijke leven in heel haar radicale (gewortelde) volheid opnieuw wordt ingericht. Dit kan bijvoorbeeld een utopische gemeenschap op het platteland zijn, maar ook een gemeenschappelijke tuin, een werkplaats of bakkerij in de stad. De Gandhituin en de Vredestuin in Rotterdam die ik mede heb opgezet hebben een dergelijk doel. Die plekken zijn ingericht volgens een geest van rentmeesterschap en de principes van inclusiviteit en eenvoud. Op dit soort plekken kunnen deelnemers beleven wat het betekent als je rechten over land op een andere manier verdeelt. Met een dergelijke plek krijg je een doorkijkje naar hoe het samenleven georganiseerd kan worden als het uitgaat van een andere geest en andere eigendomswetten.

Hoe klein en bescheiden ook, utopische ruimtes zijn onmisbaar voor een sociale beweging. Het zijn krachtige vormen van spirituele actie. Ze ontmaskeren het geweld en de continue oorlog waarin een stad als Rotterdam verkeert met andere gemeenschappen elders op de wereld waar wij het land van leegroven met onze consumptieve levenshouding. En ze laten zien hoe je een gemeenschap van vrede kan stichten door het leven in heel haar volheid, anders kan inrichten, volgens een geest van zelfloze liefde. Ze verbreken daarmee de ‘there-is-no-alternative-betovering’ die ons doet geloven dat onze gangbare economie de enige mogelijke is. Op deze plekken wordt geen andere samenleving aangekondigd maar er wordt ter plekke een andere samenleving in de praktijk gebracht. Op die plekken is een geweldloze economie van rentmeesterschap niet slechts een visie, maar een realiteit.

  1. Niet alleen daden

Andersom is het op deze plekken ook belangrijk dat er niet alleen maar gehandeld wordt. Het handelen moet samengaan met de boodschap. Zou men er alleen maar tuinieren, dan zou het net zo goed een plek kunnen zijn om je hobby te consumeren: vrijetijd verdrijf. Een buurtmoestuin op zich verandert nog niks aan de armoede en de ecologische destructie in de wereld. Gewoon gezellig tuinieren kan namelijk prima plaatsvinden binnen een destructieve en uitsluitende kapitalistische economie. Als het tuinieren voortkomt uit andere normen, een andere organisatievorm, die expliciet uitgedragen wordt, dan pas is het een plek waar armoede wordt bestreden en ecologische destructie wordt tegengegaan. Woorden zonder daden zijn lege woorden. Maar daden zonder woorden zijn geen werkelijke daden.

  1. Stappen in de goede richting

Een andere stap vooruit is niet op kleine schaal een radicale verandering te weeg te brengen, maar door op grote schaal een kleine stap te zetten in de richting van een andere economie. Op het gebied van democratisering van het bedrijfsleven kan een gemeente (zoals Rotterdam) een vestigingsbeleid ontwikkelen waarin niet grote bedrijven naar Rotterdam getrokken worden, maar waar werknemerscoöperaties gestimuleerd worden. Wat landhervormingen betreft kan stadslandbouw gezien worden als een belangrijke stap in de goede richting, omdat er meer ruimte gebruikt wordt voor de productie ten behoeve van basisbehoeften. Onze sociaaleconomische voetafdruk in de stad wordt kleiner als we parken en braak liggende terreinen ook gaan gebruiken voor de productie van voedsel. Zeker als dat ook gepaard gaat met een prioriteit voor de bestrijding van armoede. Het aanplanten van meer voedselbomen maakt voedselproductie toegankelijk voor iedereen. Maar ook het verlagen van de prijs van volkstuinen kan daartoe bijdragen.[18] Ook zou de gemeente simpelweg meer grond beschikbaar kunnen stellen voor mensen die in aanmerking komen voor voedsel van de voedselbank.

  1. Beweging als Dialoog in Actie

Door stappen te zetten in de goede richting vorm je een brede beweging met andere initiatieven die misschien een andere fundamentele inrichting van de samenleving voor zich zien. Die samenwerking opzoeken is erg belangrijk. Het is veel beter een gesprek aan te gaan dan een boodschap te verkondigen. Dus initiatieven moeten geen ‘monoloog in actie’ vormen. Het is belangrijk om samenwerking te vinden op een pragmatisch doel (bijvoorbeeld stadslandbouw) of op een abstract doel (zoals de ecologische beweging gericht is op duurzaamheid en de vredesbeweging op vrede). Een dergelijke beweging is een ‘dialoog in actie’. Een dergelijke beweging is ten eerste een sociale kracht die zich inzet voor een bepaalde verandering (stadslandbouw, vrede). Maar tegelijk is het ook een ruimte waar je in gesprek raakt over elkaars verschillen in opvattingen, analyses en visies. Dat is een rijkdom. Want je komt niet verder in de samenleving als je allemaal hetzelfde doet. Leren doe je ook van mensen die alles anders aanpakken. De communicatieve actie wordt op die manier een gezamenlijke zoektocht, waarin onderlinge verschillen een kracht zijn, geen beperking.

  1. Organisatie van een Massabeweging

Willen we uiteindelijk echt een grootschalige verandering teweeg brengen, armoede structureel tegengaan en ecologische destructie een halt toeroepen, dan zal er een massabeweging moeten ontstaan. Daarvoor is het nodig dat we ons gaan organiseren, op zo’n manier dat we een grote groep mensen binden aan de beweging én dat we ervoor zorgen dat die massa invloed krijgt in de samenleving. Voor het binden van grote groepen van de bevolking zijn massale vormen van communicatie van belang: massamedia. En dan niet alleen sociale media, maar ook media die diepgang kunnen verlenen. Er is geen massabeweging denkbaar zonder de ontwikkeling van meerdere tijdschriften, waarin de dialoog ook diepgang kan krijgen.

Maar er zijn ook organisatievormen nodig waarin organisaties hun strategieën op elkaar kunnen afstemmen, en samen invloed kunnen ontwikkelen binnen de samenleving. Dit moeten organisatievormen zijn die daadkracht hebben. De Rotterdamse stadsboerenconferentie van 6 maart jongstleden vind ik een mooi voorbeeld van een dergelijke vorm. Er was een proces ontworpen waarin de agenda bepaald werd door de aanwezigen, die alleen gericht was op concrete doelen waar men zich de komende tijd voor wil inzetten. Uit het congres zijn vervolgens werkgroepen ontstaan die draagkracht hebben binnen de beweging en tegelijk concrete actie ondernemen. Zo heeft zich een beleidsgroep ontwikkeld die invloed wil uitoefenen op gemeentebeleid en een platformgroep die een internetplatform gaat ontwikkelen waar vraag en aanbod binnen de beweging aan elkaar gekoppeld kunnen worden.

Maar een massabeweging is in mijn ogen vooral ook een nationale en internationale beweging die in staat is op die schaal een economische en culturele omslag teweeg te brengen. Dit soort vormen van zelforganisatie zouden dus op grotere schaal moeten plaats vinden.

  1. Massa-Metanoia

Een grondige economische omslag zal alleen plaatsvinden als de hele bevolking ‘de geest krijgt’. Er is een massale innerlijke omslag of ‘metanoia’ (bekering) nodig. Dat kan niet anders dan een zinderend opwindende tijd zijn waarin het land massaal in beroering is. Er is knallend vuurwerk nodig om de geest van apathie te verdrijven, om ons wakker te schudden uit onze innerlijke dood en om ons te doen opleven. Een innerlijke omslag voor een individu kan het leven al op haar kop zetten. Voor een samenleving als geheel kan dat niet anders zijn.

Dit hoeft geen mooie tijd te zijn, vooral niet omdat we ook massaal om moeten gaan met de spirituele werkelijkheid van morele schuld. We moeten de illusie van een vredig leven doorbreken en het geweld leren zien dat onderdeel is van ons leven. We zullen een ‘donkere nacht van de ziel’ moeten doorleven.[19] Want als we die pijn niet voelen, dan hebben we het apathische onvermogen om te voelen nog niet achter ons gelaten.

Hoe een dergelijk ontwaken er op grote schaal uit moet zien weet ik niet. Historische voorbeelden van periodes waarin bevolkingsgroepen massaal ‘de geest krijgen’ zijn de Arabische Lente, de beweging die leidde tot de val van de Muur, maar ook de studentenbewegingen van de jaren ’60 en ’70, en de bewegingen die hebben geleid tot dekolonisatie in bijvoorbeeld India (Gandhi), of de anti-apartheid beweging in Zuid-Afrika, maar natuurlijk ook de reeks revoluties die met de Franse Revolutie begon in Europa.

Gezien de reeks voorbeelden is het moeilijk je voor te stellen hoe een massa-ontwaking plaats kan vinden zonder geweld. Toch moet het ook zonder kunnen. Het geweld komt namelijk niet voort uit de innerlijke ontwaking zelf maar is altijd een reactie daarop vanuit maatschappelijke groepen die de veranderingen niet aankunnen (vaak de status quo die belangen hebben bij de oude geweldsstructuren). Als je kijkt naar sub-periodes in de verschillende historische voorbeelden, dan is er ook genoeg bewijs dat het zonder geweld kan, en dat verandering ten goede alleen plaats vindt als er geen geweld wordt gebruikt.

Maar hoe een tijd van ontwaking er ook uit zal zien, ik geloof niet dat we zonder kunnen. We zullen niks doen tegen armoede of tegen de ecologische destructie zonder zo’n tijd van opschudding. Dat zit in de aard van een innerlijke omslag, en die is noodzakelijk.

  1. Nationale en Europese Politiek

Uiteindelijk zullen de maatregelen van een democratisering van het bedrijfsleven en een landhervorming uitgespeeld moeten worden binnen de nationale en eigenlijk Europese politiek. Maar de onderwerpen staan ver af van de huidige politieke partijen, die op de SP en de Partij voor de Dieren na allemaal neoliberale partijen zijn die in principe uitgaan van (het primaat van) de vrije markt. De SP formuleert een democratisering van de economie wel als uitgangspunt, maar vestigt daar in de praktijk niet veel aandacht op. Bovendien is een economie van rentmeesterschap ook in essentie geen socialistisch (ook geen ecologistisch) beginsel, maar een spiritueel beginsel wat vooral sterk in de geweldloosheidsbeweging heeft geleefd. Het zou mooi zijn als er een nationale en Europese geweldloosheidspartij zou ontstaan die vanuit het rentmeesterschap-beginsel economisch beleid formuleert.

 

Een eerste stap: verenigen

Zal het ervan komen dat er in Nederland een sociale beweging ontstaat die een programma op zich neemt om de economie te democratiseren en een landhervorming door te voeren gebaseerd op inclusiviteit en een prioriteit voor het voorzien in behoeften? Hier en daar zijn er zeker mensen te vinden die een eigendomshervorming een goede zaak zouden vinden. Maar vaak zetten zij zich in voor andere (meer pragmatische of abstracte) doelen en brengen zij hun visie over de fundamentele inrichting van de samenleving niet expliciet naar buiten. Deze mensen zouden zich expliciet moeten verenigen rond dat fundamentele doel van een eigendomshervorming of eventueel rond het cultureel diepere doel van een economie van rentmeesterschap en zij zouden strategieën op elkaar moeten afstemmen. Een dergelijk programma zou herkenbaar moeten meedoen naast alle andere hervormingsvoorstellen en ideologieën in de dialoog in actie die nu plaatsvindt in Nederland en Europa.

 

[1] Waar o.a. de Vereniging Basisinkomen zich voor inzet: http://basisinkomen.nl/wp/

[2] Waar o.a. de Social Trade Organisation (STRO) zich voor inzet (www.socialtrade.nl) en wat uitgewerkt is in het boek Een @nder Soort Geld: Arkel, H. van., en H. Toxopeus (2014), Een @nder Soort Geld. Utrecht: Jan van Arkel.

[3] Waar o.a. het Platform voor een Duurzame en Solidaire economie zich voor inzet: www.platformdse.nl

[4] Henneman, R. (2014), ‘Gandhi en de Crisis’, in Het Potentieel no. 1, Crisis of Potentieel?

[5] ‘Spiritual Activism’ is een term die Alastair McIntosh veel gebruikt in zijn boeken en universitaire cursussen: A. McIntosh (2004), Soil and Soul, People versus Corporate Power. London (120)

[6] Locke, J. (2005), Two Treatises of Government and A Letter Concerning Toleration (Stilwell)

[7] Proudhon, J.-J. (1966), Que’st ce que la propriété?, Paris: Garnier-Flammarion. p. 157

[8] MacPherson, C.B. (ed)(1978), Property, Mainstream and Critical Positions (Toronto)

[9] Dit moeten we ook geen werknemers meer noemen. De termen werknemer en werkgever zijn volledig ideologisch ingegeven. Iemand die we nu een werknemer noemen geeft in feite haar werk, als in arbeid. En degene die we een werkgever noemen geeft alleen zijn of haar werk in zoverre dat hij voor het bedrijf werkt. Dat is de arbeid die hij of zij geeft. Maar over het algemeen neemt hij of zij werk van alle mensen die voor hem of haar werken. Bovendien sluit hij of zij deze arbeiders uit bij beslissingen over het bedrijf.

[10] Ook met de huidige koers gaat onze welvaart achteruit, maar dan met grote schokken en maatschappelijk onrust en waarschijnlijk veel geweld. De huidige economische welvaart is onrealistisch. Het vernietigt de natuurlijke hulpbronnen op aarde, maakt het gehele aardse ecosysteem overhoop, creëert wereldwijde sociaaleconomische ontwrichting en stuurt ons in de richting van geopolitieke chaos.

[11] George, H. (1975) Progress and Poverty (New York, Robert Schalkenbach Foundation)

[12] Er ontstaat gelukkig steeds meer aandacht voor het probleem van ongecontroleerde en geprivatiseerde geldcreatie. Zo is het in Januari door een Nederlands burgerinitiatief op de agenda gezet van de Tweede Kamer: https://burgerinitiatiefonsgeld.nu/. Lou Keune besprak enkele nadelige gevolgen in ‘De Crisis en het potentieel voor een gebruikswaardeneconomie’ in de eerste editie van Het Potentieel: http://www.hetpotentieel.org/wp-content/uploads/2013/02/3.-Interview-Lou-Keune-Henneman.pdf

[13] Een mooi voorbeeld is het bedrijf Mondragon. http://www.mondragon-corporation.com/eng/

[14] Ostrom, E. en E. Schlager (1996), ‘The Formation of Property Rights’ in S.S.Hanna, C.Folke en K-G. Mäler (ed), Rights to Nature, Ecological, Economic, Cultural, and Political Principles of Institutions for the Environment (Washington, Island Press)

[15] Henneman R.J. and A. McIntosh (2009), ‘The Political Theology of Modern Scottish Land Reform‘, in Journal for the Study of Religion, Nature and Culture, 3/3, 340-375 http://www.alastairmcintosh.com/articles/2009-JSRNC-Land-Theology.pdf

[16] Deze vragen zijn nodig om in te gaan op de vraag in de lezersbrief van Karto, om concreter uit te werken wat we kunnen doen om exclusief eigendom over middelen van een bestaan af te schaffen. Maar ook om zijn vraag te beantwoorden hoe ik een ‘spirituele omslag’ voor me zie die nodig is voor de hierboven beschreven economische omslag. De vragen lijken enigszins los te staan van een uitwerking van institutionele veranderingen hierboven. Maar dat is niet zo. Een institutionele verandering is niks anders dan een verandering (op grote schaal) in ons dagelijks levenspatroon. Een wetswijziging is niks anders dan een allerlaatste bevestiging of expressie van een verandering die wij al lang op grote schaal hebben doorgevoerd in ons dagelijks leven. Een institutionele verandering moet niet los gezien worden van wat we morgen kunnen doen.

[17] Walter Wink heeft het over ‘naming the powers’, ‘unmasking the powers’ en ‘engaging the powers’ (Wink, W. (1992), Engaging the Powers (Minneapolis, Fortress Press)

[18] Nu is dat op veel volkstuincomplexen 2 euro per vierkante meter per jaar, een prijs die je met het verbouwen van groente nauwelijks terug kan verdienen en die van land inderdaad een luxe-hobby maakt voor mensen die er tijd en geld voor hebben. Het tegenovergestelde van waar deze tuinen ooit voor bedoeld waren.

[19] De Middeleeuwse mysticus Johannes van het Kruis heeft het over de donkere nacht van de ziel als moment in je spirituele zoektocht waarin je al je houvast verliest, alles wat je eerst voor waar had aangenomen. Je begrijpt niet meer waar het naar toe moet. In dat moment waarop je niks meer ziet, kan je voor het eerst jezelf echt achterlaten en ga je in de leegte en het duister voor het eerst het licht zien. Heilige Johannes van het Kruis (1959), Dark Night of the Soul (The Crown Publishing Group)

 

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.