KLASSIEKER: Laudato Si’

WEES GEPREZEN, DE KERK VERZET ZICH

Rutger Henneman

Inleiding

Op 18 juni 2015 werd de encycliek over de ecologische crisis van paus Franciscus uitgebracht: Laudato Si’ (Wees Geprezen). Het zegt veel dat paus Franciscus de eerste encycliek (rondzendbrief) die hij zelf schreef[1] helemaal wijdt aan de ecologische crisis. Dit is een paus die het milieuvraagstuk als speerpunt ziet van zijn pauselijke roeping. Dit is een paus die de bestrijding van de ecologische destructie ziet als essentie van geloof en spiritualiteit: ‘Living our vocation to be protectors of God’s handiwork is essential to a life of virtue; it is not an optional or a secondary aspect of our Christian experience.’ Wat is het belang van Laudato Si’?

In deze uitgebreide ‘klassieker’ zal ik eerst de spirituele kritiek van de paus op onze samenleving en cultuur beschrijven. Daarna zal ik een betoog uiteenzetten over het belang van de encycliek. De oproep van de paus tot actie, tot een ‘ecologische bekering’ om onze samenleving en cultuur te veranderen, zal mensen persoonlijk inspireren het dagelijks leven te hervormen. Die oproep zal niet alleen christenen aanspreken, want de paus vertrekt vanuit het innerlijk vuur van de zelfopofferende liefde die (naar mijn eigen analyse) ook de essentie is van veel andere spirituele tradities.[2] Maar ik zal ook betogen dat deze encycliek niet alleen persoonlijk inspirerend, maar ook van groot historisch belang is.

De wereldwijde ecologische crisis en massale armoede van onze tijd zijn het gevolg van de historische overwinning van het modernisme[3] op het spiritueel-religieuze wereldbeeld van het Christendom, de Islam, het Boeddhisme, Hindoeïsme en de vele lokale ‘natuurgodsdiensten’ die de wereld ooit rijk is geweest. De kerk heeft altijd wel wat tegengesputterd tegen aspecten van onze moderne cultuur. Maar in zijn encycliek, Laudato Si’, trekt paus Franciscus ten strijde tegen de essentie van onze moderne cultuur. Volgens de paus moeten we af van het dominante wetenschappelijke en technocratische wereldbeeld als we de huidige ecologische crisis een halt toe willen roepen. Het doel van mijn betoog is te laten zien dat de encycliek 1) exemplarisch is voor de spirituele traditie binnen het Christendom die zich verzet tegen elke (conservatieve) machts-ideologie en dat 2) de paus zich daarom onherroepelijk keert tegen de essentie van het modernisme als fundament van de ecologische en sociale teloorgang van onze tijd. Eindelijk (na de culturele triomf van het modernisme op de spirituele paradigma’s van de wereldtradities) heeft het spirituele verzet tegen het modernisme haar weg gevonden naar de top van de katholieke kerkelijke organisatie. Maar laat ik eerst beginnen met wat de paus te zeggen heeft, voordat ik met mijn eigen analyse begin.

In de Geest van de Heilige Franciscus

De titel van de encycliek, Laudato Si’ (Wees Geprezen, of Geprezen bent U), verwijst naar het zogenaamde ‘Zonnelied’ van Sint Franciscus van Assisi, de patroonheilige van de armen en de ecologie. In dit gebed, waarin de heilige lof uitspreekt over de schepping, spreekt hij over ‘broeder zon’ en ‘zuster, moeder aarde’. Het gebed wordt vaak gezien als een uiting van de diepe band die Franciscus van Assisi voelde met alle schepselen in de natuur. De mens als broederlijk onderdeel van een familie, geschapen en geliefd door God.

Het is niet voor niks dat deze paus de naam Franciscus koos. En het is niet voor niks dat de eerste encycliek die hij in zijn eentje heeft opgesteld over de ecologische crisis van onze tijd gaat. Dat de huidige paus zich vernoemt naar een middeleeuwse koopmanszoon die zich demonstratief voor de rechter uitkleedde toen zijn vader geld van hem terugvorderde wat hij aan de armen gegeven had, om vervolgens poedelnaakt naar zijn steen voor steen handmatig opgebouwd kerkje liep om melaatsen schoon te wassen, is al reden genoeg om het werk van deze paus te lezen. De keuze voor deze naam is een dapper gebaar. Maar er kleven zulke hoge verwachtingen aan dat ze bijna niet waargemaakt kunnen worden. Toen ik aan de encycliek begon, ging ik dan ook uit van een domper. Maar ik werd direct geraakt door de woorden die ik las:

         “…our common home is like a sister with whom we share our life and a beautiful mother who opens her arms to embrace us. “Praise be to you, my Lord, through our Sister, Mother Earth, who sustains and governs us,    and who produces various fruit with coloured flowers and herbs”. This sister now cries out to us because of the harm we have inflicted on her by our irresponsible use and abuse of the goods with which God has endowed her. We have come to see ourselves as her lords and masters, entitled to plunder her at will. The violence present in our hearts, wounded by sin, is also reflected in the symptoms of sickness evident in the soil, in the water,   in the air and in all forms of life. This is why the earth herself, burdened and laid waste, is among the most abandoned and maltreated of our poor; she “groans in travail” (Rom 8:22). We have forgotten that we ourselves are dust of the earth (cf. Gen 2:7); our very bodies are made up of her elements, we breathe her air and we receive life and refreshment from her waters.”

Hier is een paus aan het woord die het leed van de huidige wereld voelt en dat leed tot het zijne maakt, en bovendien een paus die vol liefde praat over de aarde en haar volheid.[4]

Kritiek op het wetenschappelijk en technologische paradigma

De kracht van de encycliek zit hem niet zozeer in zijn bespreking van de ecologische crisis. In zijn bespreking van problemen als klimaatverandering, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en de destructie van biodiversiteit, volgt hij de wetenschappelijke consensus. Ook zit de kracht niet echt in zijn herhaalde oproep tot politieke visie en internationale samenwerking. Ook zit er geen angel in zijn oproep tot dialoog, tussen religies onderling, tussen de kerk en de wetenschap, tussen ideologieën, enz. Deze oproepen zeggen niks over wélke visie er nodig is, en ook niet wat de uitkomst van die dialoog volgens de paus zou moeten zijn. Ook moet je het boekje niet lezen als je op zoek bent naar een bespreking van concrete maatregelen die genomen zouden moeten worden om een halt te roepen aan de ecologische crisis. De bespreking van concrete maatregelen blijft expres beperkt en aan de oppervlakte. Nee, de kracht zit hem in het graven naar de innerlijke diepte van de crisis van onze tijd en vooral in zijn aanval op de moderniteit vanuit een spiritueel wereldbeeld, of beter, vanuit een spiritueel paradigma of ‘ontologie’.

Wat is dan die kritiek van de paus? De ecologische crisis, milieuvervuiling, klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, de destructie van biodiversiteit, hebben volgens de paus, hun grondslag in het ‘technocratische paradigma’.

“The basic problem goes even deeper: it is the way that humanity has taken up technology and its development according to an undifferentiated and one-dimensional paradigm. This paradigm exalts the concept of a subject who, using logical and rational procedures, progressively approaches and gains control over an external object. This subject makes every effort to establish the scientific and experimental method, which in itself is already a technique of possession, mastery and transformation.”

De paus erkent dat technologie en ook wetenschap tot goede dingen kunnen leiden en een manifestatie zijn van onze door God gegeven menselijke capaciteiten, en als zodanig bijdragen aan onze vervulling, zolang ze als middel gebruikt worden. Maar het grote probleem ontstaat wanneer we deze capaciteiten en aspecten van het leven gaan beschouwen als enige, belangrijkste en hoogste aspecten van het leven, en als ze alles in het leven domineren. Dan heb je te maken met een ‘technocratisch paradigma’: alsof de hele werkelijkheid begrepen kan worden op een wetenschappelijke en technologische manier. Dat is volgens de paus nu het geval. En volgens de paus is het voor iedereen in het dagelijks leven bijna onmogelijk te ontsnappen aan de ‘iron clad logic’ van technologie. Het is de logica van het bezitten, heersen, transformeren en continu aan de wereld onttrekken wat erin zit. In onze samenleving domineert het technocratische paradigma het economische en politieke leven.

Willen we iets doen tegen de ecologische crisis, dan is het volgens de paus niet genoeg dat de ecologische beweging zich inzet voor pragmatische maatregelen. We moeten op een andere manier naar de wereld kijken, op een andere manier denken, politiek bedrijven, onze schoolprogramma’s inrichten. Zonder het innerlijke kompas van ethiek en spiritualiteit, is wetenschap en technologie destructief. Paus Franciscus vindt dat we een manier van leven en een spiritualiteit aan moeten meten waarmee technologie weer in dienst komt van dat innerlijke kompas, in plaats van dat wij ons de richting laten bepalen door de technologie.

De Bijbel en Ecologie

Het christelijk alternatief van de paus op het technocratische paradigma bestaat uit het mensbeeld en de plaats van de mens in de natuur (de ecologie) die in de Bijbel beschreven worden. De paus verzet zich tegen het idee dat de Bijbel zou verkondigen dat wij een absolute heerschappij hebben gekregen over de wereld. Wij hebben de opdracht gekregen: ‘to till and keep the garden of the world’. En ‘keeping means caring, protecting, overseeing and preserving.’ Dat wij zullen ‘heersen over de aarde’ moet begrepen worden in termen van rentmeesterschap, niet in termen van eigendom. ‘God rejects every claim to absolute ownership: ‘the land shall not be sold in perpetuity, for the land is mine; for you are strangers and sojourners with me” (Lev 25:23).’ In mijn analyse overstijgt deze spirituele ecologie van de paus de katholieke en zelfs christelijke traditie, en zijn varianten hierop te vinden in elke traditie waarin zelfgevende liefde centraal staat. De Paus citeert zelf Patriarch Bartolomew van de Oosters-Orthodoxe Kerk. Maar hij had ook Gandhi kunnen aanhalen of huidige protestantse theologen in Schotland zoals Michael Northcott[5] en Alastair McIntosh[6] (om maar bij mijn eigen inspiratiebronnen te blijven).[7]

De paus formuleert op deze manier een bijbels verzet tegen het antropocentrisme. Ook al schrijft de paus dat elk wezen een waarde ‘in zichzelf’ heeft, kan je zijn visie niet zien als een vorm van ecocentrisme. Het ecocentrisme wordt meer en meer expliciet als stroming genoemd in debatten over de ecologische crisis, en is ook eerder in Het Potentieel aan bod gekomen.[8] In het ecocentrisme staat de intrinsieke waarde van het ecosysteem centraal: het systeem van onderlinge relaties tussen organismen onderling en hun relaties met het omringende milieu. Voor de paus staat God en de verlossing van heel de schepping centraal. Alles in de schepping is en blijft gerelateerd, niet alleen aan zichzelf of een toevallig natuurlijk ontstaan ecosysteem, maar aan de bestemming van alles, de verlossing en bevrijding van alles, en natuurlijk aan God. Niet het ecosysteem heeft het laatste woord, maar God en liefde. Toch trekt het theo-centrisme (of liefdecentrisme) gelijk op met het ecocentrisme door de aanval te openen op de heerschappij van het zelf in de moderne cultuur.

Volgens de paus leidt de bijbelse ecologie ertoe dat we de natuur niet overheersen en exploiteren, maar dat we voor de schepping gaan zorgen. Alle levende wezens zijn gezegend door God, en laten een glimp zien van Gods oneindige wijsheid en goedheid. Sterker nog, God, zijn ‘spirit of life’, is aanwezig in elk levend wezen. Als we dat beseffen (zonder te vergeten dat deze wezens niet God zijn, en dat er ook een oneindige afstand is tussen God en deze wezens omdat zij niet zijn volheid en perfectie bezitten) dan kunnen we ‘ecologische deugden’ cultiveren. Volgens de Bijbelse ecologie van paus Franciscus staan wij mensen niet los van de schepping. Alles is uniek geschapen en wij hebben dus ook een unieke waarde. Maar dat doet er niet aan af dat wij onderdeel zijn van de schepping als van een universele familie.

Ecologische Spiritualiteit

Volgens de paus heeft deze bijbelse ecologie en antropologie (mensbeeld) directe consequenties voor hoe we denken, voelen en leven. Om de ecologische destructie tegen te gaan is het nodig niet alleen politieke maatregelen te nemen. Om ervoor te zorgen dat die maatregelen geaccepteerd worden door de meerderheid in de samenleving, is het ook nodig dat we daartoe gemotiveerd zijn. En voor die motivatie moeten we ons ook anders voelen. Er is een innerlijke omslag of ‘change of heart’ nodig: een ‘ecologische bekering’. Hij citeert zijn voorganger paus Benedictus XVI: ‘the external deserts in the world are growing, because the internal deserts have become so vast.’

Om voor de aarde te gaan zorgen is het nodig dat we een geest (spirit) van zorg en tederheid koesteren, een geest van dankbaarheid en generositeit, zelfopoffering, en goede werken. Het is nodig dat we een sober en nederig leven gaan leiden.

“We need to take up an ancient lesson, found in different religious traditions and also in the Bible. It is the conviction that “less is more”. A constant flood of new consumer goods can baffle the heart and prevent us from cherishing each thing and each moment. To be serenely present to each reality, however small it may be, opens us to much greater horizons of understanding and personal fulfillment. … Such sobriety, when lived freely and consciously, is liberating. It is not a lesser life or one lived with less intensity. On the contrary, it is a way of living life to the full.”

In mijn ogen is deze boodschap de westerse tegenvariant van de bevrijdingstheologie die in de ‘derde wereld’ is ontstaan. Bevrijdingstheologie is ontstaan in Latijns-Amerika en hield de armen voor dat de God van de Bijbel in de geschiedenis werkt om de armen en onderdrukten te bevrijden. Een religieus en spiritueel leven voor de armen betekent in opstand komen tegen alle vormen van maatschappelijke onderdrukking. Maar de paus heeft hier niet een boodschap voor de armen en onderdrukten, maar voor het rijke Westen. Door onze rijkdom en ons consumentisme veroorzaken wij de armoede in de wereld. Onderdrukking is (zo laat Paolo Freire mooi zien in zijn iconische boek ‘a pedagogy for the oppressed’) een dialectische relatie tussen de rijke onderdrukker en de arme onderdrukte. Bevrijding is een bevrijding van die relatie en dus een bevrijding van zowel de arme onderdrukte als van de rijke onderdrukker. Ook de onderdrukker lijdt aan zijn positie omdat hij ook verslaafd is aan zijn rijkdom en lijdt omdat zijn leven in het teken staat van het kwaad dat hij in stand houdt.[9]

Waar de bevrijdingstheologie de boodschap had aan de arme zich te bevrijden van zijn of haar positie als onderdrukte is de encycliek van de paus een boodschap aan de rijke onderdrukker in deze dialectische relatie. Het rijke Westen moet stoppen met de ecologische destructie die het gevolg is van consumentisme. De paus laat, terecht, zien dat dit voor de rijke consument niet betekent dat hij of zij iets op moet geven. Ook het consumentisme houdt ons gevangen en is een vorm van innerlijke slavernij. Je daarvan bevrijden is ook voor de consument een vooruitgang, een werkelijke innerlijke bevrijding. En bovendien een bevrijding die ervoor zorgt dat ons hart weer open staat voor de natuur en kleine dingen van het leven. Op deze manier verzoenen we ons weer met de aarde én met God én met onze medemens. Een ecologische spiritualiteit is een vorm spiritualiteit van bevrijding én verbinding.

Armoede en Eigendom

In heel de encycliek laat de paus zien dat de ecologische crisis samengaat met een sociale crisis. Het zijn de armere landen die de echte gevolgen ondervinden van ecologische destructie. Elke ecologische benadering moet daarom ook een sociale benadering zijn. Ook dat volgt uit de bijbelse ecologie. God heeft de aarde voor iedereen geschapen zonder mensen uit te sluiten of een voorrecht te geven.

Ook voor privaat eigendom heeft dat grote consequenties. Paus Franciscus laat hier zijn voorgangers niet in de steek en zegt dat de kerk altijd het recht heeft verdedigd op individueel (privaat) eigendom. Maar hij laat direct zien dat de kerk ook altijd heeft verkondigd dat er een ‘sociale hypotheek’ rust op elk individueel eigendom. Hij schrijft: ‘the principle of the subordination of private property to the universal designation of goods, and thus the right of everyone to their use, is a golden rule of social conduct and ‘the first principle of the whole ethical and social order’. De paus sluit zich aan bij de bisschoppen van Paraguay: ‘Every campesino has a natural right to possess a reasonable allotment of land where he can establish his home, work for subsistence of his family and secure life.’

Het sterke van deze visie is dat de paus niet het recht op individueel eigendom afkeurt, maar er een diepere betekenis aan geeft, op zo’n manier dat je ook kunt zeggen dat hier geen sprake meer is van individueel eigendom. ‘The natural environment is a collective good, the patrimony of all humanity and the responsibility of everyone. If we make something our own, it is only to administer it for the good of all.’ Dit doet denken aan de positie die Gandhi innam toen hij het grootgrondbezit in India niet afkeurde zolang de landheren zichzelf en het land maar in dienst stelden van de armen en onderdrukten. De eigenaar wordt een dienaar.

Traditionele Spiritualiteit voorbij het Modernisme

Tot zo ver de visie van de paus die hij in Laudato Si’ uiteenzet. Ik zal nu overgaan op mijn betoog over het belang van de encycliek. De kracht van de encycliek ligt in de spirituele kritiek op het modernisme als cultureel fundament van de ecologische crisis. Maar hebben we de paus daarvoor nodig? Er zijn toch meer schrijvers die de ecologische crisis herleiden tot de wortels van het modernisme en kapitalisme? En er zijn toch meer schrijvers met een grote aanhang die ervoor pleiten dat het nodig is te werken aan een innerlijke of spirituele omslag om de ecologische destructie van onze tijd tegen te gaan?

Er is veel belangstelling voor spiritualiteit in onze tijd, maar niet voor tradities. Een van de grote problemen van onze tijd is dat we zo graag afscheid nemen van alles wat traditioneel is. Maar het grote belang van de encycliek zit erin dat paus Franciscus met de encycliek de kracht aanboort van een spirituele traditie en dat hij laat zien dat die traditie onverenigbaar is met het modernisme.

Als wij aan het verleden van de kerk denken, doemen ons al snel schoolboek-prenten op van heksenvervolgingen en kruistochten. De kerk mag zich niet beroepen op een glorieus verleden en moet alleen maar vooruit kijken. Dat is een groot gemis. Het is belangrijk te blijven zien dat wat we ‘Christendom’ noemen, bestaat uit heel veel verschillende mensen en stromingen, net zoals het Hindoeïsme, Boeddhisme, Jodendom, Islam, maar ook het Humanisme, Modernisme en Liberalisme. Het is belangrijk te zien dat de fundamenten van elke traditie aangegrepen kunnen worden voor verschrikkelijke daden, maar dat er zonder die fundamenten geen grote hoogten bereikt worden in onze geschiedenis. Mensen doen verschrikkelijke dingen naar hun zeggen ‘uit naam van God en liefde’. En er worden oorlogen gevoerd ‘in naam van vrijheid en democratie’. Als het ons niet meer lukt de puurheid en waarheid in onze tradities in het verleden te ontdekken, belanden we in een culturele puberteit.

Op het gebied van spiritualiteit is dat momenteel het geval. We leven cultureel in een spirituele puberteit, omdat we niks willen weten van onze religieuze tradities. We willen niks leren van de groten die ons zijn voorgegaan, en denken dat we het allemaal zelf kunnen ontdekken. We beginnen helemaal opnieuw en zijn losgeslagen, zonder kompas aan het zweven. Voor een belangrijk deel is het drama van onze tijd aan die spirituele zelfgenoegzaamheid te danken. We hebben niet genoeg aan schrijvers die ons erop wijzen dat er een spirituele omslag nodig is om de wereld te redden van haar dagelijkse leed, geweld en destructie. In een wereld waar dat nodig is, en waar dus een spirituele schaarste heerst, hebben we bronnen nodig waaruit we kunnen putten. We hebben rotsen nodig om ons huis op te bouwen: grote geesten uit het verleden die ons grond en richting kunnen geven voor die spirituele omslag. Dat wij die grote rotsen uit het verleden niet herkennen als rotsen is een bewijs van onze malaise.

Met deze encycliek laat de paus die traditie op een waardige manier herleven. Hij put uit de traditie van Sint Franciscus en Ignatius van Loyola (de grondlegger van de orde van jezuïeten) die beiden in tijden van corruptie, uitbuiting en geweld, tegen de status quo in, een spirituele opleving teweeg brachten, zich verzetten tegen de opkomende kapitalistische tendensen en grootschalige kerkelijke en maatschappelijke hervormingen teweeg wisten te brengen. Met het verschijnen van de encycliek Laudato Si’ van Paus Franciscus zien we dat deze pure gepassioneerde spirituele vorm van Christendom doorgedrongen is in de top van het kerkelijk apparaat.

En daarmee verzet het Vaticaan zich nu onherroepelijk tegen het modernisme als fundament van de ecologische en sociale crisis van onze tijd. De encycliek wordt door sommigen bekritiseerd vanwege dat ‘anti-moderne’ geluid. De beschuldiging luidt dan dat de paus niet ‘progressief’ is. In politiek jargon staat progressief tegenover ‘rechts’ of ‘conservatief’. Het is lastig deze ‘framing’ te deconstrueren. Maar door het toch te doen kan ik beter duidelijk maken waarom een traditionele spiritualiteit zich ‘onherroepelijk’ verzet tegen het modernisme en progressief gedachtegoed (maar daarmee niet ‘conservatief’ is).

De opkomst van het modernisme sinds het einde van de Middeleeuwen gaat gepaard met de teloorgang van de wereldvisies van de traditionele wereldreligies. Je kunt zeggen dat elke religie grofweg opgedeeld kan worden in een spirituele stroming en een conservatieve stroming. Het conservatisme wil, ongeacht wat de status-quo is, ongeacht wat de huidige maatschappelijke orde is, die orde met macht en wetgeving beschermen. Conservatieve religieuze stromingen zagen het als taak om met macht en geweld de maatschappelijke orde die door God is gegeven te beschermen.

Traditioneel-spirituele maatschappijvisies gaan daarentegen terug naar een grondslag van zelfgevende liefde of compassie en een verzet tegen machtsdenken. Ze is terug te vinden binnen verschillende tradities, van het Hindoeïsme en Boeddhisme, tot de Abrahamse tradities van het Jodendom, Christendom en Islam. De opkomst van het modernisme betekent de ondergang van religieuze wereldbeelden, zowel het spirituele als conservatieve paradigma. Het conservatisme is historisch gezien een van de meest adaptieve ideologieën. Waar het conservatisme zich eerst verzette tegen het opkomende (vooruitstrevende of progressieve) vrije-markt denken, beschermt het westerse conservatisme nu die vrije markt, omdat dat de heersende orde is. Maar de traditionele spiritualiteit is en blijft niet te verenigen met het modernisme of ‘progressieve’ gedachtegoed. Kenmerkend voor het modernisme, of moderne cultuur, is de liberale ethiek die uitgaat van vrijheid en mensenrechten. Dit liberalisme ligt ten grondslag aan alle moderne ideologieën, zowel het neoliberalisme als socialisme en anarchisme. Deze liberale ethiek ziet in die vrijheid het hoogste goed, of doet juist geen uitspraak over dat hoogste (spirituele) goed. De liberale ethiek wordt daarin ondersteund en bestendigd door zowel het (natuur-) wetenschappelijke paradigma (waarin het hoogste goed gezien wordt als subjectief) als existentialistische en postmoderne filosofieën (waarin het hoogste goed niet als absoluut gezien kan worden).

In een spiritueel wereldbeeld is niet de eigen vrijheid de maatstaaf van handelen, maar zelfgevende (de ander dienende) liefde. Het gaat uit van een inhoudelijke ‘kleurbekenning’ over het hoogste goed. Vanuit dit wereldbeeld is de liberale of progressieve cultuur spiritueel leeg en zonder richting (als je vrijheid hebt, heb je nog geen bron van waaruit je die vrijheid kan gebruiken om richting te kiezen in je leven). Maar eerder nog wordt de cultuur waarin de vrijheid en het recht van het zelf het hoogste goed is, gezien als egoïstisch, zelf-dienend en hebzuchtig.

Het liberalisme (en alle moderne ideologieën die daaruit voortkomen) is de antithese van een ethiek van zelfgevende liefde, waar het ‘ik’ juist dienstbaar is en zichzelf (vaak in maatschappelijke dienstbaarheid en activisme) opoffert. Het modernisme kan het spirituele paradigma niet onderschrijven als juist. En het spirituele paradigma kan het modernisme niet erkennen als juist. Ze zijn onverenigbaar. De historische opkomst van het modernisme na de Middeleeuwen en de globalisering van het modernisme in de eeuwen daarna, betekent de teloorgang van het spirituele wereldbeeld van alle wereldreligies. Tolstoj en Gandhi zijn bekende eigentijdse voorbeelden die een traditionele spiritualiteit praktiseerden en opnieuw leven in probeerden te blazen. Ze waren ‘behoudend’ in de zin dat ze anti-modern waren, technologische ontwikkeling in veel gevallen niet als vooruitgang zagen, het traditionele zelfvoorzienende boeren-dorpsleven als ideaal zagen. En ze verzetten zich tegen het ‘progressieve’ of beter gezegd ‘liberale’ gedachtegoed, waarin het ongebreidelde genot van het individuele recht en de ‘vrije wil’ als hoogste goed gezien worden.

Deze traditioneel-spirituele cultuurkritiek zie je terug bij de paus, waar die natuurlijk gegrond is in de zelfopofferende liefde van Jezus. Sterker nog, de paus ziet een onlosmakelijk verband tussen het (progressieve) idee dat vrijheid het hoogste goed is en de ecologische crisis van onze tijd. Over de schade aan de ‘natural environment’ en ‘social environment’ zegt hij:

“Both are ultimately due to the same evil: the notion that there are no indisputable truths to guide our lives, and hence human freedom is limitless. We have forgotten that man is not only a freedom which he creates for himself. … Creation is harmed where we ourselves have the final word, where everything is simply our property and we use it for   ourselves alone. The misuse of creation begins when we no longer recognize any higher instance than ourselves, when we see nothing else but ourselves.”

Met Laudato Si’ put de paus dus uit een traditioneel spiritueel Christendom dat zich onherroepelijk verzet tegen de moderniteit (de moderne samenleving) en het modernisme (de moderne cultuur) die daaraan ten grondslag ligt, zonder ‘conservatief’ te zijn in de zin van de machtsideologie van het conservatisme. Dit geluid hebben we sinds de overwinning van het modernisme op de spiritueel-religieuze cultuur af en toe wel eens gehoord, maar het officiële geluid van de katholieke kerk was vaak een combinatie van conservatief verzet vanuit het machtscentrum in het Vaticaan en een bevestiging van en meebewegen met de huidige orde en dominante cultuur. Eindelijk wordt de christelijke spirituele kritiek op het modernisme geuit door het hoofd van de katholieke kerk zelf. Eindelijk na de opkomst van het modernisme: de kerk verzet zich.

 

[1] Zijn eerste encycliek schreef hij samen met zijn voorganger Benedictus.

[2] Anders dan zijn voorgangers citeert paus Franciscus ook niet-katholieke en niet-Christelijke leiders en schrijvers, zoals de Patriarch Bartholomew van de Oosters-Orthodoxe kerk en de zestiende-eeuwse Sjeik Ali Al-Khawas.

[3] Met het modernisme bedoel ik de cultuur die behoort bij de moderniteit. Met moderniteit versta ik de moderne samenleving, gekenmerkt door de instituties van het kapitalisme, industrialisme en de militaire macht van de staat (grofweg gebaseerd op Giddens die er ook nog de geïnstitutionaliseerde praktijk van surveillance aan toevoegt). (Giddens, A., (1990), The Consequences of Modernity, California, Stanford University Press en Giddens, A., (1987), The Nation-State and Violence, Volume Two of A Contemporary Critique of Historical Materialism, Los Angeles, University of California Press). Kenmerkend voor het modernisme als cultuur is de dominantie van een liberale ethiek van vrijheid en een spiritueel-agnostisch (spiritueel-onwetend) paradigma die bestendigd wordt door een scala aan wetenschappelijke, existentialistische en postmoderne filosofieën.

[4] ‘Volheid’ is een Bijbelse term. De ‘volheid van de aarde’ betekent de vervulling of verlossing van de aarde (die in het verschiet ligt). Maar de term ‘volheid’ verwijst tegelijkertijd ook naar de diversiteit van het aardse leven.

[5] Northcott, M., The Environment and Christian Ethics, (Cambridge University Press, 1996)

[6] A. (2004), Soil and Soul, People versus Corporate Power. London: Aurum Press

[7] Deze religie-overstijgende aard van een spiritualiteit van rentmeesterschap heb ik ook eerder in het Potentieel besproken: Henneman, R., ‘Gandhi en de Crisis’ in Het Potentieel (2014) en Henneman, R., ‘Wat staat ons te doen?’ in Het Potentieel (2015).

[8] In Het Potentieel No. 1 verscheen een interview met Peter van Gaalen (door Shivant Jhagroe) die zijn activisme onderbouwde vanuit het ecocentrisme. S.Jhagroe (2014) ‘Ecologisch Activisme tussen Reflectie en Praktijk, interview met Peter van Gaalen’ in Het Potentieel No 1

En Femke Wijdekop ging in Het Potentieel No 2 op zoek naar hoe in de praktijk het ecocentrisme in het recht tot uiting komt. F. Wijdekop (2015) Rechtsherstel voor de Aarde? – Ecocentrische ontwikkelingen in het recht’ in Het Potentieel No 2

[9] Freire, Paolo, (1993) Pedagogy of the Oppressed (London 1993)

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.